Pedigrees lezen: zo lees je de stamboom van een koningin

Quality Queens · teelt en afstamming

Pedigrees. Zo lees je ze.

Elke goede koningin heeft een stamboom. Maar bij bijen werkt afstamming anders dan bij paarden of honden. Hier lees je waarom de “vader” van een koningin eigenlijk een moer is, wat al die codes betekenen en hoe je een stamboomregel zelf ontcijfert.

B801(QQ) = .25 – B501(NIO) bst B30(KKE) :
  .24 – B40(TG) ins B124(PPL) :
  .22 – B43(TG) bst B56(MKN)  etc. Een echte koningin uit onze teelt. Aan het eind van deze pagina lees je deze drie regels zonder nadenken.
01

Waarom een stamboom?

Een pedigree is het geboortebewijs van een koningin. Er staat in wie haar moeder is, met welke darren die moeder gepaard heeft, waar en in welk jaar. En dat geldt ook weer voor de moeder van de moeder, generatie na generatie terug.

Dat is geen papierwerk voor de vorm. Wie koninginnen teelt, kiest elk jaar opnieuw welke volken de volgende generatie mogen leveren. Zonder stamboom weet je niet of twee “verschillende” volken in werkelijkheid nichten zijn, of een goede eigenschap uit de moederlijn of uit de darrenlijn komt, en of je ongemerkt aan het inteelten bent.

De schrijfwijze die de meeste Buckfastimkers in Europa gebruiken, is ontwikkeld door Broeder Adam van Buckfast Abbey. Later zijn de initialen van de teler eraan toegevoegd. Het grote voordeel: de stambomen van tien tot twintig teeltmoeren passen op één pagina, en toch is elke verwantschap eenduidig terug te vinden.

← veeg om de hele figuur te zien →

De drie bewoners van een volk. Koningin en werkster komen uit een bevrucht eitje en hebben 32 chromosomen. De dar komt uit een onbevrucht eitje en heeft er 16. Die ene regel bepaalt hoe een stamboom bij bijen werkt.
02

Een dar heeft geen vader

Om bijenstambomen te snappen, moet je één ding weten. Bijen zijn haplodiploïd. Uit een bevrucht eitje komt een vrouwtje: een werkster of een koningin. Zij heeft twee sets van 16 chromosomen, dus 32 in totaal: één set van moeder en één van vader. Uit een onbevrucht eitje komt een dar. Hij heeft maar één set van 16 chromosomen, en die komt helemaal van zijn moeder.

Het woord zegt het al: haploïd betekent één set chromosomen (de dar), diploïd betekent twee sets (werkster en koningin). Een soort waarin de mannetjes haploïd en de vrouwtjes diploïd zijn, heet haplodiploïd. Dat geldt voor alle bijen, wespen en mieren.

Er is één uitzondering, en die komt terug in hoofdstuk 9 over inteelt: bij te nauwe verwantschap kan uit een bevrucht eitje toch een dar komen, een diploïde dar. Die is onvruchtbaar en wordt door de werksters als larve opgeruimd.

Een dar heeft dus geen vader, wel een grootvader: de vader van zijn moeder. Tel je de voorouders van een dar terug, dan krijg je de reeks 1, 2, 3, 5, 8: de beroemde rij van Fibonacci.

← veeg om de hele figuur te zien →

De koningin bepaalt zelf of een eitje bevrucht wordt. Ze geeft er zaad bij uit haar spermatheca, of niet. In een werkstercel legt ze een bevrucht eitje, in een (grotere) darrencel een onbevrucht.

Voorouders van een dar

ouders
1
grootouders
2
overgr.
3
betovergr.
5
5e gen.
8

Voorouders van een werkster

ouders
2
grootouders
3
overgr.
5
betovergr.
8
5e gen.
13
vrouwelijke voorouderdar

Elke vrouwelijke voorouder heeft een moeder en een vader, elke dar alleen een moeder. Daardoor groeit de stamboom van een bij langzamer dan die van een zoogdier (2, 4, 8, 16).

Daar komt nog iets bij. Een jonge koningin paart tijdens haar bruidsvluchten met gemiddeld zo’n twaalf darren, en soms met twintig of meer. Ze bewaart hun zaad haar hele leven. Een volk bestaat daardoor uit een flink aantal “vaderfamilies” door elkaar.

0,75verwantschap tussen supergezusters: werksters met dezelfde vader. Ze krijgen precies hetzelfde pakket van die vader mee.
0,25verwantschap tussen halfzusters: zelfde moer, andere dar. In één volk zijn de meeste werksters halfzusters.
±12darren waarmee een koningin gemiddeld paart. Elke dar levert één vaderfamilie in het volk.
03

De “vader” is een moer

Hier gaat het bij beginners meestal mis. In een stamboom staan twee namen: een moeder en een “vader”. Maar die vader is geen dar. Een dar leeft maar kort, en na de paring is hij dood. Je kunt hem niet registreren of nog eens gebruiken.

Wat je wél vastlegt, is de koningin waar de darren genetisch van afstammen. Die noemen we de darrenmoer. In de praktijk gaat het zo: van de darrenmoer worden dochters geteeld. Die dochters, vaak tien tot dertig zusterkoninginnen, komen in de darrenvolken op het bevruchtingsstation. Hun zonen zijn de darren die met jouw jonge koninginnen paren.

← veeg om de hele figuur te zien →

Zo ziet het er op een bevruchtingsstation uit. De darrenmoer staat er zelf meestal niet. Haar dochters wel: in de darrenvolken. Hun darren vliegen uit en paren in de lucht met de jonge koninginnen uit de bevruchtingskastjes.
MoederDe teeltmoer waarvan je overlarft. Haar dochters worden jouw jonge koninginnen.
↓
Jonge koninginOnbevrucht, in een bevruchtingskastje op weg naar het station of naar de KI.
DarrenmoerDe koningin die in de stamboom als “vader” staat.
↓
DarrenvolkenHaar dochters: een groep zusterkoninginnen. In de stamboom staat hun aantal, bijvoorbeeld [24 dr.c.].
↓
DarrenZonen van die zusters. Elke dar draagt de helft van het erfgoed van zijn moeder, en dus een kwart van de darrenmoer.
↓ paring op het station of met de spuit ↓
Nieuwe generatieDe werksters in het nieuwe volk hebben de moeder en de darrenmoer als “ouders”. Daarom staan juist die twee in de stamboom.

Volgens de teeltregels van de Gemeinschaft der europäischen Buckfastimker (GdeB) is de vader in de stamboom “de moeder van de volken die de darren leverden”, nadrukkelijk niet de vader van de koningin zelf.

Waarom zoveel zusters als darrenvolk, en niet gewoon de darrenmoer zelf? Omdat één volk te weinig darren levert voor een heel station. En omdat de zusters samen een breder, maar wel bekend, erfelijk pakket van dezelfde lijn geven. De eigenschappen van die lijn zijn in de jaren ervoor getest.

04

Eén regel, uit elkaar gehaald

Het voorbeeld uit de handleiding van de GdeB is een volk van imker Imke Zeidler, initialen IZ. Zo staat het in haar stamboom:

B257(IZ)het volk = .94 –jaar A299(IZ)moeder insparing B171(IZ)darrenmoer
  • BDe herkomst. B staat voor Buckfast, A voor Anatolica, C voor Carnica, L voor Ligustica, enzovoort (zie hoofdstuk 5).
  • 257Het nummer van de kast of het productievolk waarin deze koningin getest is.
  • (IZ)De initialen of telerscode van degene die de koningin getest heeft. Dat hoeft niet degene te zijn die haar geteeld heeft. Bij ons is dat QQ.
  • .94Het jaar waarin B257 geboren en bevrucht is: 1994. De punt ervoor betekent “jaargang”.
  • A299(IZ)De moeder van B257.
  • insHoe de paring ging: inseminated, dus instrumenteel bevrucht. Op die plek staat anders de code van het bevruchtingsstation. In oude stambomen stond hier gewoon een ×.
  • B171(IZ)De darrenmoer: de koningin wier dochters de darren leverden.

In gewone taal: “Volk 257 van IZ heeft een koningin uit 1994. Ze is een dochter van A299 en is geïnsemineerd met darren uit dochters van B171.”

Verder terug in de tijd

Achter die eerste regel volgen de generaties ervoor, gescheiden door een puntkomma of dubbelepunt. Elk volgend stuk vertelt wie de ouders zijn van de moeder uit het stuk ervoor:

B257(IZ) = .94 – A299(IZ) ins B171(IZ) ;
  .92 – A224(IZ) rud B314(IZ) ;
  .91 – A214(PJ) rud B288(OH) ;
  .89 – A14(PJ) ins B236(PJ) ; etc.

Regel twee betekent: A299 is in 1992 geboren, als dochter van A224, en bevrucht op het eilandstation Ruden met darren uit dochters van B314. Regel drie gaat over de ouders van A224, enzovoort. Bron: GdeB-teeltreglement.

Let op: de regels lopen alleen langs de moederlijn terug. De voorouders van de darrenmoer (B171, B314 enzovoort) staan er niet in. Die zoek je op in de oudere stambomen van de teler die de darrenmoer gefokt heeft.

Je komt ook andere schrijfwijzen tegen. In pedigreedatabases staat het jaar vaak achter de naam: B801(QQ)25 is dezelfde koningin als B801(QQ) met .25 ervoor. In Scandinavië en Nederland zag je vroeger ook UG9041: initialen voorop, dan het jaar (90) en het kastnummer (41).

05

Codes die je tegenkomt

Stambomen worden traditioneel in het Engels geschreven, zodat ze internationaal leesbaar zijn. Hieronder de codes die het vaakst voorkomen.

CodeBetekenis
Paring
insInstrumenteel geïnsemineerd (KI). Soms met een eigen code per inseminatieplaats, zoals ibay.
natVrij gepaard, dus standbevrucht. De vaderkant is dan niet bekend.
1drAchter een naam: geïnsemineerd met het zaad van één enkele dar.
[24 dr.c.]Het aantal darrenvolken (zusterkoninginnen) dat de darren leverde.
shrSherberton op Dartmoor (Engeland), het station van Broeder Adam.
bal · rudEilandstations Baltrum en Ruden (Duitsland).
lthl · hauzBergstations Lautenthal en Hauzenstein (Duitsland).
Import (voor het jaartal of achter de moeder)
imqLeggende koningin ingevoerd van een andere teler.
itqGeteste koningin ingevoerd.
iiqGeïnsemineerde koningin ingevoerd.
ivqOnbevruchte koningin ingevoerd.
imcRijpe moerdop ingevoerd.
iegEitjes ingevoerd (op broedraat).
Herkomst (eerste letter)
BBuckfast
A · C · LAnatolica · Carnica · Ligustica
M · N · TMonticola · Mellifera (Noords) · Macedonica (Athos)
PARS-Primorsky (VS, oorspronkelijk uit Oost-Siberië)
ELElgon: Zweedse lijn, combinatie van Buckfast en Monticola

De herkomstletter vertelt hoe ver een lijn is. Volgens Broeder Adam duurt het minstens zeven jaar, drie of vier generaties, voor een kruising van Buckfast met een nieuwe herkomst zo vast vererft dat ze weer de letter B verdient. Tot die tijd houdt ze de letter van de ingekruiste bij. Een A-koningin in een Buckfaststamboom is dus vaak een combinatie die nog onderweg is.

06

Een echte stamboom: B801(QQ)25

Genoeg theorie. Dit is een koningin uit onze eigen teelt, zoals ze in de pedigreedatabase staat. Links zie je haar, rechts gaat het steeds een generatie terug. Bovenaan elke splitsing staat de moeder, eronder de darrenmoer.

Bron: pedigreedatabase, oktober 2026. Let op het verschil: de klassieke stamboomregel volgt alleen de bovenste rij (de moederlijn). De database bewaart ook de hele darrenkant.

Schrijven we dezelfde koningin in de schrijfwijze van Broeder Adam, dan krijg je de drie regels uit het begin van deze pagina:

B801(QQ) = .25 – B501(NIO) bst B30(KKE) :
  .24 – B40(TG) ins B124(PPL) :
  .22 – B43(TG) bst B56(MKN)  etc.

bst staat hier voor “bevruchtingsstation”. In een officiële stamboom komt op die plek de eigen code van het station.

Lees het van boven naar beneden:

  • regel 1B801 is in 2025 geboren, dochter van B501(NIO), en op een station bevrucht met darren uit dochters van B30(KKE).
  • regel 2Haar moeder B501(NIO) is in 2024 geboren, dochter van B40(TG), en geïnsemineerd met darren uit de lijn van B124(PPL).
  • regel 3Haar grootmoeder B40(TG) is in 2022 geboren, dochter van B43(TG), en op een station bevrucht met darren uit de lijn van B56(MKN).

Wie de initialen kent, ziet meteen hoe internationaal zo’n lijn is. Tussen haakjes staan zes verschillende telers in drie generaties.

07

Zelf een regel ontleden

Plak hieronder een stamboomregel van een teler, of kies een voorbeeld. De ontleder zet elke generatie op een rij en vertaalt de bekende codes.

08

P-moer, F1 en F2

Op Marktplaats en in imkergroepen zie je vooral deze termen. Ze zeggen iets over hoe ver een koningin van de gecontroleerde teelt af staat.

P-moer · teeltmoerGecontroleerd bevrucht: op een station of met KI. Van haar is de volledige stamboom bekend, aan beide kanten. Hiervan wordt overgelarfd.
F1Dochter van een P-moer, maar zelf vrij gepaard op de stand. Moederkant bekend, vaderkant niet. Prima productiekoningin.
F2 en verderDochter van een F1, weer standbevrucht. Per generatie wordt het aandeel van de oorspronkelijke lijn kleiner.

Een F1 is dus geen “mindere” koningin. Haar volk heeft de helft van de erfelijkheid van een geteste lijn, en dat zie je terug in zachtaardigheid, raatvastheid en weinig zwermneiging. Maar voor verdere teelt is een F1 niet geschikt. Wie met haar verder fokt, weet niet welke darren er in het spel zijn. Ervaren Buckfastimkers schreven in 2003 al dat de goede eigenschappen bij standbevruchting tot ongeveer de derde generatie overeind blijven. Daarna loopt het snel terug.

Bij Quality Queens telen we F1’s uit stationsbevruchte P-moeren, en we insemineren zelf voor onze teeltgroep. Zo blijft de vaderkant van onze teeltmoeren altijd bekend.

Een kleine kanttekening: genetici bedoelen met F1 eigenlijk de eerste kruising tussen twee verschillende lijnen of rassen. Zo gebruikte Broeder Adam het woord ook. Onder imkers is de betekenis “dochter van een teeltmoer, standbevrucht” ingeburgerd.

Hoeveel van de afstamming ken je nog?

P-moer
100%
F1
50%
F2
25%
F3
12,5%
bekend via de moederlijnbekend via de darrenlijnonbekend (vrij gepaard)

Bij elke generatie standbevruchting komt de helft van de erfelijkheid van onbekende darren. Het bekende deel halveert dus steeds. Een vereenvoudiging, maar het laat zien waarom telers met P-moeren werken.

09

Inteelt: waarom de stamboom je beschermt

Inteelt ontstaat als dezelfde voorouder aan beide kanten van de stamboom opduikt. Bij bijen merk je dat heel concreet. De bij heeft een geslachtsgen met veel varianten. Krijgt een bevrucht eitje van moeder en vader dezelfde variant, dan ontstaat geen werkster maar een diploïde dar. Die is onvruchtbaar, en de werksters ruimen hem al als larve op. Het resultaat is een hagelschotbroed: gaatjes in het broednest en een volk dat niet op sterkte komt.

Hoe meer verwantschap tussen moeder en darrenmoer, hoe groter die kans. Daarom houden telers de inteeltcoëfficiënt (COI) bij: de kans dat een bij op een plek in haar erfelijk materiaal twee kopieën van dezelfde voorouder heeft. Pedigreedatabases rekenen die automatisch uit. Een dochter van onze B801, de B52(QQ)26, komt uit op 2,56 procent. Dat is laag.

De inteeltcoëfficiënt van onze B52(QQ)26 op een schaal van 0 tot 25 procent. Ter vergelijking: een paring tussen halfbroer en halfzus geeft 12,5 procent, tussen volle broer en zus 25 procent. De grenzen in de meter zijn een vuistregel, geen officiële norm.

Zo zie je het in een stamboom

In de darrenlijn van J41(IC)22, een darrenmoer die wij gebruikten, komt B84(TR)17 twee keer voor: als darrenmoer van haar grootmoeder J697(IC), én als darrenmoer van B856(IC), de darrenmoer van haar moeder. Dat is geen fout. Het is bewuste lijnteelt, om eigenschappen van die lijn vast te leggen. Maar het laat zien waarom je verder kijkt dan één generatie.

De darrenmoer van J697(IC)19 is ook B84(TR)17. Die voorouder komt dus langs twee wegen binnen. Bron: pedigreedatabase.

Nog een les uit de stamboom, die de GdeB zelf aanhaalt. Sommige telers hielden het nummer van een kostbare koningin van Broeder Adam generaties lang aan, alsof het dezelfde “lijn” bleef. Na een stuk of zeven generaties zat er van die oorspronkelijke koningin nog maar 0,78 procent van haar erfelijkheid in het volk. Dat de eigenschappen toch bleven, kwam door goede selectie, niet door het nummer.

10

Van stamboom naar fokwaarde

Een stamboom zegt wie de ouders zijn. Hij zegt nog niet hoe goed ze zijn. Daarvoor beoordelen telers hun volken op vaste kenmerken: honingopbrengst, zachtaardigheid, raatvastheid, zwermneiging en varroatolerantie.

Die cijfers alleen zijn bedrieglijk. Een volk op een rijke dracht lijkt beter dan het is, en de ene imker is strenger dan de andere. De oplossing heet BLUP (Best Linear Unbiased Prediction). Die rekenmethode haalt de invloed van stand en jaar eruit en gebruikt de resultaten van alle verwante volken: zusters, moeders, nichten. Daar is de stamboom voor nodig. Zonder correcte afstamming geen betrouwbare fokwaarde.

De bekendste database is Beebreed van het Länderinstitut für Bienenkunde in Hohen Neuendorf, bij Berlijn. Daar werden in 2024 ruim tienduizend geteste koninginnen doorgerekend. Fokwaarden worden in procenten uitgedrukt: boven 100 is beter dan gemiddeld. Bij elke waarde hoort een betrouwbaarheid tussen 0 en 1. Hoe meer verwante volken getest zijn, hoe hoger die wordt. Ook de pedigreedatabases voor de Buckfastteelt rekenen met BLUP.

Speel met fokwaarde en betrouwbaarheid

← veeg om de hele figuur te zien →

Een illustratie, geen echte berekening. Hoe lager de betrouwbaarheid, hoe breder de band waarbinnen de echte waarde van de koningin kan liggen. Schuif de betrouwbaarheid omhoog: zo verloopt het als er meer zusters en dochters getest worden.

100gemiddelde fokwaarde. Een koningin met 120 voor zachtaardigheid zit duidelijk boven het gemiddelde.
0 – 1betrouwbaarheid. Een hoge fokwaarde met een lage betrouwbaarheid is nog een gok.
±10 000geteste koninginnen per jaar in de fokwaardeschatting van Hohen Neuendorf (2024).

Samengevat

  1. Een dar heeft geen vader. Hij draagt alleen het erfgoed van zijn moeder.

  2. De “vader” in een stamboom is de darrenmoer: de koningin wier dochters de darren leverden.

  3. Een regel lees je zo: volk = .jaar – moeder paring darrenmoer.

  4. De volgende stukken gaan steeds over de ouders van de moeder uit het stuk ervoor.

  5. De code op de plek van de paring vertelt of het station, KI of standbevruchting was. Alleen station en KI geven een bekende vaderkant.

  6. Een F1 is een prima productiekoningin, maar geen teeltmoer.

  7. Kijk meerdere generaties terug om inteelt te voorkomen, en vertrouw op fokwaarden met een redelijke betrouwbaarheid.

Vragen over een stamboom, of benieuwd naar de afstamming van een koningin van ons? Neem gerust contact met ons op. 🐝

Begrippen

De vaktermen uit dit artikel op een rij. In de tekst kun je op een woord met een stippellijntje tikken voor de korte uitleg.

Bevruchtingsstation
Afgelegen plek, bijvoorbeeld een eiland of bergdal, waar alleen darren van gekozen darrenvolken vliegen. Jonge koninginnen paren daar met bekende darren.
Darrenmoer
De koningin van wie de darren afstammen. In een stamboom staat zij op de plek van de "vader".
Darrenvolken
Volken met dochters van de darrenmoer, die de darren voor de paring leveren.
Diploïde dar
Dar uit een bevrucht eitje, doordat ouders te nauw verwant zijn. Hij is onvruchtbaar en wordt door de werksters als larve opgeruimd.
F1
Dochter van een gekozen koningin die zelf vrij heeft gepaard. De moederkant is bekend, de vaderkant niet.
Fokwaarde
Schatting van hoe goed een koningin haar eigenschappen doorgeeft, berekend uit haar eigen volk en dat van verwanten. 100 is het gemiddelde.
Halfzusters
Werksters met dezelfde moeder maar een andere vader.
Haplodiploïd
Mannetjes hebben één set chromosomen (haploïd), vrouwtjes twee (diploïd). Zo is het bij alle bijen, wespen en mieren.
Inteelt
Paring tussen verwante dieren. Bij bijen geeft dat onder meer hagelschotbroed door diploïde darren.
Inteeltcoëfficiënt
Kans dat een bij van twee kanten hetzelfde erfelijke materiaal van één voorouder heeft. Hoe lager, hoe beter.
KI
Kunstmatige of instrumentele inseminatie: de koningin wordt met zaad van uitgekozen darren bevrucht. Beide kanten van de stamboom zijn dan bekend.
P-moer
Koningin die op een bevruchtingsstation of via KI met bekende darren is gepaard. Beide kanten van haar stamboom zijn bekend.
Pedigree
Stamboom van een koningin: wie haar moeder is, met welke darren die gepaard heeft, waar en in welk jaar, generaties terug.
Pedigreedatabase
Online database waarin telers de stambomen en testresultaten van hun koninginnen vastleggen.
Standbevruchting
De koningin paart vrij op je eigen bijenstand, met onbekende darren uit de omgeving.
Supergezusters
Werksters met dezelfde moeder én dezelfde vader. Ze zijn nauwer verwant dan gewone zusters.
Teeltmoer
Koningin waarvan je larven gebruikt om nieuwe koninginnen te kweken.
Vaderfamilie
Groep werksters in een volk met dezelfde vader. Omdat een koningin met veel darren paart, heeft een volk er veel.

Bronnen

  1. Kober, T. (2001). Schreibweise der Pedigrees. In: Zuchtordnung und Leitfaden zur Dokumentation, GdeB. pedigree.karlkehrle.org
  2. Gemeinschaft der europäischen Buckfastimker (2016). Zuchtordnung. pedigree.karlkehrle.org
  3. Van Dyck, J. Multilingual Homage to Brother Adam: stambomen en afkortingen van Buckfasttelers. perso.unamur.be
  4. Cryptic “royal” subfamilies in honey bee (Apis mellifera) colonies (2018). pmc.ncbi.nlm.nih.gov
  5. Huang, Z. Honey bee mating biology. Michigan State University. bees.msu.edu
  6. ‘t Hoen, F. (2003). Bevruchtingsstation Marken, een terugblik op het seizoen 2003. Bijenhouden. library.wur.nl
  7. Brascamp, P. (2011). Teelt en selectie (Beebreed). Bijenhouden. library.wur.nl
  8. Institut für Bienenkunde Hohen Neuendorf (2020). Analyse van de fokwaardeschatting in BeeBreed. Insects 11. mdpi.com
  9. apisuisse (2013). Zuchtwertschätzreglement. pdf
  10. Länderinstitut für Bienenkunde Hohen Neuendorf, resultaten fokwaardeschatting 2024. lelf.brandenburg.de
  11. Pedigreedatabase, stamboomgegevens van B801(QQ)25 en J41(IC)22 (opgevraagd oktober 2026).

Test je kennis

Twintig vragen over koninginnen, varroa, zwermen en teelt. Oefen zo vaak je wilt en speel één keer per maand mee voor een kortingscoupon.

Naar de Imkerquiz Lees ook: VSH en hygiënisch gedrag Lees ook: Werken met de Apidea Lees ook: Buckfast of Kaukasisch?

© 2026 Quality Queens · qualityqueens.nl. Tekst, tekeningen en interactieve onderdelen zijn eigendom van Quality Queens en mogen niet zonder toestemming worden overgenomen. Delen met een link is van harte welkom.

Zet me op de wachtlijst Zodra dit weer leverbaar is, krijg je van ons een mail. Laat hieronder je e-mailadres achter.