Moerloos? Zo weet je het zeker.
Geen eitjes gezien, het volk klinkt onrustig, en je vraagt je af of de koningin er nog is. Het is de meest gestelde vraag op imkerfora wereldwijd. Hier lees je wat er in een volk gebeurt als de koningin wegvalt, welke signalen echt iets zeggen en wat je dan doet.
Eén eitje zegt meer dan de koningin zelf
De koningin vinden is lastig. Ze is snel, ze verstopt zich tussen duizenden werksters, en ongemerkte koninginnen zie je makkelijk over het hoofd. Gelukkig hoef je haar niet te zien. Je hoeft alleen te weten wat ze achterlaat.
Een eitje blijft precies drie dagen een eitje. Op dag één staat het rechtop op de celbodem, op dag twee helt het over, op dag drie ligt het plat. Daarna komt er een larfje uit. Zie je eitjes, dan was er dus hooguit drie dagen geleden een leggende koningin in het volk. Zie je een eitje dat nog rechtop staat, dan was ze er gisteren nog.
← veeg om de hele figuur te zien →
Eitjes zie je slecht als je tegen het licht in kijkt. Houd het raam schuin met de zon achter je, zodat het licht tot op de celbodem valt. Kijk in het midden van de broedraten, daar legt de koningin het eerst. Een leesbril of een loepje helpt echt.
Wat er gebeurt als de koningin wegvalt
Een volk merkt binnen een dag dat de koningin weg is: haar geur, het koninginnenferomoon, verdwijnt. De werksters reageren meteen. Ze kiezen een paar jonge werksterlarven en voeren die koninginnengelei in plaats van gewoon voer. Om die larven heen bouwen ze redcellen (ook wel noodcellen genoemd): moerdoppen die midden op de raat hangen.
Daarna volgt een vast schema. Schuif door de dagen en zie wat je bij het openen van de kast zou aantreffen.
← veeg om de hele figuur te zien →
Gemiddelde waarden. Het weer en de tijd van het jaar kunnen het paren van de jonge koningin een of twee weken vertragen. Redcellen kunnen alleen gemaakt worden als er nog eitjes of jonge larven (tot ongeveer drie dagen oud) waren.
Was er bij het verlies van de koningin geen jong broed, bijvoorbeeld in een broedpauze, dan kunnen de bijen geen nieuwe koningin opkweken. Dan is het volk hopeloos moerloos: zonder jouw hulp gaat het verloren.
Zelf de diagnose stellen
Geen eitjes betekent niet automatisch dat je volk moerloos is. Een jonge koningin die nog niet legt, een legpauze in een periode zonder dracht, of gewoon de herfst: allemaal geven ze een kast zonder eitjes. Beantwoord de vragen hieronder met wat je ziet op de broedraten. Het advies verandert direct mee.
Begin met de eerste vraag
Beantwoord wat je weet. Je hoeft niet alle vragen in te vullen.
Een hulpmiddel, geen garantie. Twijfel je, doe dan de proefraam-test uit het volgende hoofdstuk. Die geeft het zekerste antwoord.
De proefraam-test: het volk beslist zelf
De betrouwbaarste test is ook de eenvoudigste: laat het volk het zelf vertellen. Je hangt een raam met eitjes en jonge larven uit een ander, gezond volk midden in het broednest van het twijfelvolk. Een moerloos volk grijpt die kans meteen aan en zet er redcellen op.
Wat zie je na drie tot vijf dagen?
Kies een van de mogelijkheden hierboven.
Een prettige bijkomstigheid: het proefraam helpt het volk ook. Het jonge broed geeft broedferomoon af, en dat remt de eierstokken van de werksters. Zo koop je tijd tegen darrenbroedigheid. Soms is één raam niet genoeg en zie je pas na een tweede proefraam redcellen.
Darrenbroedig: twee soorten, twee oorzaken
Blijft een volk te lang zonder koningin en zonder jong broed, dan gaan sommige werksters zelf eitjes leggen. Ze zijn niet bevrucht, dus uit hun eitjes komen alleen darren. Dat heet een volk met darrenbroedige werksters. Het ontstaat vaak al drie tot vier weken nadat de koningin is weggevallen.
Er is ook een darrenbroedige moer: een koningin die slecht of niet gepaard is, of wier zaadvoorraad op is. Zij legt wel netjes, maar alleen onbevruchte eitjes. Het onderscheid is belangrijk, want de aanpak verschilt.
Moergoed
Eén eitje per cel, keurig in het midden van de bodem. Gesloten broed vlak, in een aaneengesloten patroon.
Darrenbroedige werksters
Meerdere eitjes per cel, vaak tegen de celwand: een werkster is te kort om de bodem te bereiken. Grillig patroon, bolle darrendekseltjes in werkstercellen (bultbroed).
Darrenbroedige moer
Eén eitje per cel, netjes op de bodem. Toch zie je bultbroed: bolle dekseltjes over werkstercellen, vaak in een vrij compact patroon.
Bultbroed alleen is dus geen bewijs voor darrenbroedige werksters. Let op de eitjes: één per cel of meerdere?
Een darrenbroedige moer vervang je gewoon door een goede koningin. Met darrenbroedige werksters ligt het lastiger. Zo’n volk accepteert een nieuwe koningin zelden: de leggende werksters gedragen zich alsof er al een koningin is, en een nieuwe wordt vaak gedood. In de praktijk is het volk meestal ook al oud en verzwakt.
Je volk is moerloos. Wat nu?
Welke route je kiest, hangt af van wat je ziet en van de tijd van het jaar. Van mei tot half augustus zijn er volop darren en kan een jonge koningin goed paren. Daarna wordt het snel lastiger.
Wanneer je juist níet moet ingrijpen
Na een zwerm, of als je open moerdoppen ziet met een rond, netjes opengeknipt dekseltje, zit er waarschijnlijk een jonge koningin in de kast. Ze heeft tijd nodig om te rijpen en te paren, soms drie tot vier weken. Een tweede koningin invoeren gaat dan bijna altijd mis. Wacht en kijk na twee à drie weken opnieuw naar eitjes, of hang een proefraam: een volk met een jonge koningin zet geen redcellen.
Ook in de herfst en winter is een broedloos volk normaal. Wat in oktober geen eitjes heeft, is daarom niet per se moerloos. Kijk dan naar het gedrag, en neem bij twijfel in het voorjaar de proef op de som.
Samengevat
- Je hoeft de koningin niet te zien. Een eitje bewijst dat ze er hooguit drie dagen geleden nog was.
- Geen eitjes betekent niet altijd moerloos: denk aan een jonge koningin die nog moet paren, of een legpauze.
- Een moerloos volk zet binnen een dag redcellen, als het nog jonge larven heeft.
- De proefraam-test geeft het zekerste antwoord: redcellen erop betekent moerloos.
- Meerdere eitjes per cel betekent darrenbroedige werksters. Eén eitje per cel met bultbroed wijst op een darrenbroedige moer.
- Laat in het seizoen is een bevruchte koningin of verenigen veiliger dan zelf laten opkweken.
Toch moerloos?
Van mei tot en met augustus leveren we bevruchte Buckfast- en Kaukasische koninginnen uit eigen teelt, met stamboom. Twijfel je over je volk, stuur ons gerust een foto van een broedraam.
Begrippen
De vaktermen uit dit artikel op een rij. In de tekst kun je op een woord met een stippellijntje tikken voor de korte uitleg.
- Broedferomoon
- Geurstof die open broed afgeeft. Zolang die er is, blijven de eierstokken van werksters in rust.
- Broedpauze
- Periode waarin de koningin niet legt, bijvoorbeeld in de herfst, de winter of als er geen dracht is.
- Bruidsvlucht
- Vlucht waarbij een jonge koningin hoog in de lucht met darren paart. Meestal maakt ze er een paar, verspreid over enkele dagen.
- Bultbroed
- Gesloten darrenbroed in gewone werkstercellen. De dekseltjes staan bol omdat darren groter zijn dan werksters.
- Darrenbroedige moer
- Koningin die slecht of niet gepaard is, of geen zaad meer heeft. Ze legt alleen onbevruchte eitjes, waar darren uit komen.
- Darrenbroedige werksters
- Werksters die zelf onbevruchte eitjes gaan leggen als een volk te lang zonder koningin en jong broed is. Er komen alleen darren uit.
- Dracht
- Periode waarin de bijen veel nectar kunnen halen, bijvoorbeeld als koolzaad, linde of heide bloeit.
- Gesloten broed
- Broed waarvan de werksters de cel met een wasdekseltje hebben afgesloten. Daaronder verpopt de larve.
- Hopeloos moerloos
- Een volk zonder koningin dat ook geen eitjes of jonge larven meer heeft. Het kan zelf geen nieuwe koningin opkweken.
- Koninginnenferomoon
- Geurstof uit de kaakklieren van de koningin. Hieraan merkt het volk dat er een koningin is.
- Koninginnengelei
- Rijk voedersap dat werksters aan een larve geven die koningin moet worden. Ook wel koninginnenbrij of royal jelly.
- Krantenmethode
- Twee volken verenigen met een vel krant ertussen. De bijen vreten door het papier en wennen ondertussen aan elkaars geur.
- Moerdop
- Grote, eikelvormige cel waarin een koningin opgroeit.
- Moergoed
- Een volk met een gezonde, leggende koningin.
- Moerloos
- Een volk zonder koningin.
- Open broed
- Eitjes en larven in cellen die nog niet zijn afgesloten.
- Proefraam
- Raam met eitjes en jong broed uit een ander volk. Een moerloos volk zet daar redcellen op.
- Redcel
- Moerdop die het volk zelf bouwt over een jonge werksterlarve als de koningin wegvalt. Ook wel noodcel genoemd.
- Zwerm
- Groep bijen die met de oude koningin de kast verlaat om ergens anders een nieuw volk te beginnen. In de oude kast blijft een jonge koningin achter.
Bronnen
- University of Georgia, Honey Bee Program: Honey bee disorders: non-infectious diseases and pests (darrenbroedige werksters en herkenning).
- FAO: Beekeeping in Asia, hoofdstuk 10: Queen-rearing (redcellen en ontwikkeltijden).
- American Bee Journal, oktober 2019: The queenless conundrum (proefraam en broedferomoon).
- LAVES Institut für Bienenkunde Celle: Merkblatt zum Zusetzen von Bienenköniginnen.
- Eigen ervaring uit de teelt van Quality Queens.
© 2026 Quality Queens · qualityqueens.nl. Tekst, tekeningen en interactieve onderdelen zijn eigendom van Quality Queens en mogen niet zonder toestemming worden overgenomen. Delen met een link is van harte welkom.
