Varroa: het hele verhaal, van mijt tot aanpak

Quality Queens · ziekten en plagen

Varroa. Het hele verhaal.

Hoe een mijtje van ruim anderhalve millimeter vanaf Java de hele wereld over ging, hoe het zich in je volk vermenigvuldigt, wat het met de bijen doet en hoe je het de baas blijft.

±1,6 mm
01

Kennismaking met een lastige gast

Varroa destructor is een mijt: een spinachtige, geen insect. Wat je op je bijen of op de bodemlade ziet liggen, is vrijwel altijd een volwassen vrouwtje. Ze is ovaal, roodbruin, breder dan lang en ruim anderhalve millimeter groot. Ze heeft geen ogen, maar vindt haar weg op geur en tast.

Mannetjes zie je bijna nooit. Ze zijn klein, bleek en leven alleen in de gesloten broedcel. Daar paren ze met hun zusjes en daarna sterven ze. Het hele leven van de mijt draait dus om twee plekken: op de volwassen bij, waar ze meelift en zich voedt, en in het verzegelde broed, waar ze zich voortplant.

Wat veel imkers nog in hun hoofd hebben, is dat de mijt bloed (hemolymfe) zuigt. Onderzoek van Ramsey en collega’s uit 2019 liet zien dat ze vooral leeft van het vetlichaam van de bij. Dat orgaan regelt onder meer de afweer, het ontgiften en de voedselreserves. Juist voor winterbijen, die maanden mee moeten, is dat een gevoelige plek.

02

Van Java naar Mariënvelde

De varroamijt hoort oorspronkelijk thuis bij de Aziatische honingbij, Apis cerana. Die twee hebben een lange geschiedenis samen. De Aziatische bij weert zich goed en de mijt plant zich bij haar alleen voort in darrenbroed. Het ging mis toen onze westerse honingbij, Apis mellifera, in het leefgebied van de Aziatische bij terechtkwam.

  1. 1904

    Edward Jacobson vindt de mijt op Java bij de Aziatische bij. Oudemans beschrijft haar datzelfde jaar als Varroa jacobsoni.

  2. jaren ’50

    Westerse bijen zijn naar het uiterste oosten van de Sovjet-Unie gebracht, rond Vladivostok. Daar springt de mijt over op Apis mellifera. Rond 1958 wordt die overstap bevestigd.

  3. 1964

    In Primorje, bij de Chinese grens, richt de mijt voor het eerst zware schade aan bij westerse volken.

  4. 1967–76

    De opmars door Oost-Europa: Bulgarije (1967), Tsjechië (1971), het toenmalige Joegoslavië (1976). Ook langs een tweede route, via Japan, bereikt de mijt Zuid-Amerika.

  5. 1977

    Duitsland: de mijt komt binnen met Aziatische bijen uit Pakistan die voor onderzoek naar Oberursel (Hessen) worden gehaald. Uitroeien lukt niet meer.

  6. 1983

    Eerste vondst in Nederland, in het oosten van het land. Binnen ongeveer vijf jaar zit de mijt overal op het vasteland. In 1985 en 1986 worden complete bijenstanden weggevaagd.

  7. 1987

    De mijt duikt op in Noord-Amerika. In de jaren negentig verspreidt ze zich over vrijwel heel Europa; Engeland volgt in 1992. De mijt rukt op met zo’n 200 kilometer per jaar.

  8. 2000

    DNA-onderzoek van Anderson en Trueman laat zien dat de mijt op onze bijen een aparte soort is: Varroa destructor. Slechts twee varianten (de “Korea”- en de “Japan”-lijn) zijn ooit overgestapt naar de westerse bij.

  9. 2022

    Juni: Australië, lang het laatste varroavrije continent met honingbijen, vindt de mijt in de haven van Newcastle. In september 2023 wordt uitroeien opgegeven; begin 2024 gaat het land officieel over op beheersen.

De schade in de eerste jaren na aankomst was overal enorm. Een paar cijfers uit het overzicht dat Peter Elshout in 2002 maakte voor twintig jaar varroa in Nederland:

22%van de Japanse imkers verloor in 1971–1973 al zijn volken
90%van 25.000 traditionele volken in Tunesië stierf in 1981
30.000volken vernietigd in Roemenië (1980–1983), zonder de mijt te stoppen
03

Zo vermenigvuldigt de mijt zich

Een bevrucht vrouwtje laat zich in de broedcel vallen vlak voordat de werksters die verzegelen. Bij werksterbroed gebeurt dat zo’n 15 tot 20 uur vóór het verzegelen, bij darrenbroed al 40 tot 50 uur ervoor. Darrenlarven liggen dus langer “open” en worden 8 tot 10 keer zo vaak bezocht als werksterlarven.

Onder de voerbrij wacht ze tot de cel dicht is. Ongeveer 70 uur na het verzegelen legt ze haar eerste ei. Dat ei is onbevrucht en wordt een mannetje. Daarna volgt ongeveer elke 30 uur een bevrucht ei, en dat worden dochters. Een dochter heeft ongeveer zes dagen nodig om volwassen te worden en moet in die tijd ook nog door haar broer bevrucht worden.

En daar zit de kern van het hele varroaprobleem: het is een race tegen de klok. Een werkster loopt ongeveer 12 dagen na het verzegelen uit, een dar pas na ongeveer 14 dagen. Die extra dagen maken het verschil.

← veeg om de hele figuur te zien →

Schematische weergave, uitgaande van het eerste ei na ±70 uur, daarna elke ±30 uur een ei en ±6 dagen ontwikkeling per dochter. Gemeten in de praktijk levert één moedermijt gemiddeld 1,3 à 1,45 volwassen dochters op in werksterbroed en 2,2 à 2,6 in darrenbroed (Martin, in Huang 2012).

Dochters die niet op tijd klaar zijn, gaan dood als de bij uitloopt. De moedermijt en haar volwassen dochters lopen mee naar buiten, liften een paar dagen tot ruim een week mee op een volwassen bij en zoeken dan een nieuwe cel. Een moedermijt doorloopt zo meestal twee à drie voortplantingsrondes.

Voor ons als telers is dit misschien wel de belangrijkste les: darrenbroed is de kraamkamer van de mijt. Dat is de reden dat het uitsnijden van darrenraat werkt, en ook de reden dat een volk met veel darrenbroed in het voorjaar sneller oploopt.

04

Hoe de besmetting in een volk oploopt

In het voorjaar merk je bijna niets. Een volk start na de winter vaak met een paar honderd mijten, en zolang het volk groeit, groeit het aantal bijen sneller dan het aantal mijten. Maar de mijten groeien door zolang er broed is. Onbehandeld kan hun aantal in een jaar ongeveer twaalf keer zo groot worden.

Het gevaarlijke moment komt in de nazomer. Vanaf juli krimpt het broednest, maar de mijten zijn er dan op hun talrijkst. Steeds meer mijten moeten zich verdelen over steeds minder broedcellen. Volgens bijen@wur zit in de zomer in zo’n 10% van het verzegelde broed een mijt, in de herfst zo’n 20% en tegen de winter kan dat oplopen tot 40%. En precies dan worden de winterbijen grootgebracht.

← veeg om de hele figuur te zien →

Illustratief model op relatieve schaal, geen meetgegevens van één volk. Het laat het patroon zien: de mijtenlijn blijft stijgen terwijl het broed en daarna de bijen afnemen. In de gemarkeerde periode worden de winterbijen gevormd.

Een volk dat nooit wordt behandeld, gaat in ons klimaat volgens het grote overzichtsartikel van Rosenkranz en collega’s (2010) doorgaans binnen drie à vier jaar na de eerste besmetting ten onder. Ook mijten van andere, zieke volken in de buurt kunnen in de nazomer een volk binnenkomen: via rovende en vervliegende bijen. Een schoon volk in augustus is dus geen garantie voor een schoon volk in oktober.

05

Wat de mijt met je bijen doet

De schade komt van twee kanten: de mijt zelf, en vooral de virussen die ze meebrengt. Eén mijt in een cel maakt een uitlopende werkster gemiddeld zo’n 7% lichter. Bij darren kan dat oplopen tot 19%. Zulke bijen leven korter, en dat merk je vooral bij de winterbijen.

Mijt voedt zichop het vetlichaam van pop en bij
Bij verzwaktlichter, minder reserves, zwakkere afweer
Virussen erbijo.a. vleugeldeformatievirus (DWV) en ABPV, rechtstreeks de pop in
Winterbijen sterven vroegkreupele vleugels, kortere levensduur
Volk stort invaak in herfst of winter, kast plots leeg

Vooral het vleugeldeformatievirus (DWV) is berucht. Bijen met verschrompelde vleugels voor de vliegplank zijn een alarmsignaal: dan is de mijtdruk al hoog. Rosenkranz en collega’s concluderen dat de ineenstorting van een volk eerder door die virussen komt dan door het parasiteren zelf.

Hoeveel is te veel? Een harde grens is er niet, maar de cijfers wijzen dezelfde kant op. Bij een besmetting van meer dan 6 mijten per 100 bijen in oktober gaat een volk de winter meestal niet door (bijen@wur). Duits onderzoek noemt 7% van de winterbijen als grens waarboven het volk kan bezwijken. Volken met zo’n 30% besmetting in de zomer overleefden de volgende winter niet.

Typische signalen van een volk dat te laat is: bijen met misvormde vleugels, gaatjesbroed, larven in vreemde houdingen, een volk dat in september opvallend snel krimpt, en uiteindelijk een kast met voer maar zonder bijen.

06

Meten is weten

Je kunt alleen goed bijsturen als je weet hoe het ervoor staat. Wij raden aan om minstens vier keer per seizoen te meten: vroeg in het voorjaar, na de voorjaarsdracht, rond de honingoogst en laat in de herfst. Er zijn drie gangbare methoden.

1. De bodemlade (natuurlijke val). Leg een ingevette of plakkerige lade onder een open gaasbodem, minstens zeven dagen, en tel de mijten. Deel door het aantal dagen. Simpel, maar niet erg nauwkeurig: bijen@wur noemt de natuurlijke val geen betrouwbare maat voor de totale mijtenlast.

2. De poedersuiker- of alcoholmethode. Neem ongeveer een half kopje bijen (300 à 400) van een broedraam, zonder de koningin. Schud ze met poedersuiker (de bijen blijven leven) of spoel ze uit in alcohol en tel de mijten. Zo krijg je een percentage: mijten per 100 bijen. Tot 3% is acceptabel, boven 5% is het ernstig (National Bee Unit, VK).

3. Darrenbroed openen. Trek zo’n 300 darrenpoppen in het paarse-ogenstadium uit hun cellen en tel de mijten. Meer dan 5 mijten per 100 poppen is reden om snel te handelen.

Rekenhulp bodemlade

Geschatte mijten in het volk 150

Vuistregel van de National Bee Unit: dagelijkse val maal 30 (mei–augustus), 100 (maart, april, september, oktober) of 400 (november–februari). Boven de 1000 mijten in een volk ontstaat ernstige schade. Een grove schatting, geen diagnose.

07

Bestrijden: het hele jaar rond

Varroa krijg je nooit helemaal weg. Het doel is om de mijtenlast op de goede momenten zo laag te krijgen dat het volk gezonde winterbijen kan grootbrengen. bijen@wur beschrijft dat als een driegangenmenu: een voorgerecht in het voorjaar, een hoofdgerecht in de zomer en een toetje in de winter.

← veeg om de hele figuur te zien →

Naar bijen@wur (2010) en Van der Steen & Vejsnaes (2018). De zomerbehandeling moet vóór 1 september klaar zijn, want van september tot en met november worden de winterbijen gevormd.

De drie gangen

Voorgerecht (april – juli): darrenraat uitsnijden. Omdat de mijt zo graag in darrenbroed zit, hang je een bouwraam of darrenraat in het volk en snijd je het verzegelde darrenbroed eruit. Daarmee haal je zo’n 20 à 30% van de mijten weg, met vier ramen per seizoen. Dat is een goede aanvulling, geen hoofdbehandeling.

Hoofdgerecht (na de zomeroogst): de grote schoonmaak. Hier gaat het om. Er zijn twee wegen. Je behandelt een volk mét broed met mierenzuur of thymol, of je maakt het volk eerst broedloos en behandelt dan met oxaalzuur. Een volk broedloos maken kan door de koningin 24 dagen op te sluiten (dan is al het broed uitgelopen), door een kunstzwerm te maken of door al het broed weg te nemen.

Toetje (december – januari): oxaalzuur in de broedloze periode. In de winter is het volk meestal broedloos. Alle mijten zitten dan op de bijen, waar oxaalzuur ze goed raakt. Met deze behandeling begint het volk het nieuwe jaar met zo weinig mogelijk mijten.

MethodeSoortWanneerWerkingLet op
Darrenraat uitsnijdenimkermethodeapril – juli20–30%Aanvulling. Verstoort de koninginnenteelt niet.
Koningin opsluiten (broedstop)imkermethodezomerna 24 dagen broedloosDaarna behandelen met oxaalzuur; kost een broedronde.
Kunstzwerm / volk splitsenimkermethodevoorjaar – zomer±9 dagen broedloos (met moer)Ideaal moment voor oxaalzuur. Moerloze deel blijft langer broedloos.
Al het broed wegnemenimkermethodejuli, na de drachtmijten in broed gaan mee eruitVolk tijdelijk zwakker; combineren met oxaalzuur.
Mierenzuurorganisch zuurzomer, na de oogsttot ±95%Werkt als enige ook in verzegeld broed. Sterk afhankelijk van temperatuur.
Thymoletherische olievanaf half juli, ≥ 6 wekentot ±95%, vaak lagerWerkt slecht bij kou en niet in verzegeld broed.
Oxaalzuur (druppelen, sproeien, verdampen)organisch zuurals het volk broedloos is90–99%Tot 50% minder werkzaam als er verzegeld broed is.
Pyrethroïden (tau-fluvalinaat, flumethrine)synthetisch–wisselendVeel mijten zijn resistent. Kans op residu in de was.

Werkingspercentages bij juist gebruik, volgens bijen@wur (2010) en Van der Steen & Vejsnaes (2018). In de praktijk is het resultaat vaak lager.

Gebruik alleen middelen die in Nederland als diergeneesmiddel zijn toegelaten, en volg de bijsluiter. Er zijn in Nederland toegelaten middelen op basis van oxaalzuur, mierenzuur en thymol. Welke dat op dit moment precies zijn, zie je in de Diergeneesmiddeleninformatiebank van het CBG. Geef de behandeling altijd buiten de honingoogst, zodat er niets in je honing terechtkomt, en noteer wat je hebt gegeven.

Behandel in overleg met imkers in je buurt het liefst rond dezelfde tijd. Mijten uit een onbehandeld volk een paar honderd meter verderop kunnen anders zo weer bij jou binnenvliegen.

08

De toekomst zit in de bij zelf

Zolang we de mijt alleen met middelen te lijf gaan, blijft het dweilen met de kraan open. Mijten worden resistent: tegen tau-fluvalinaat werd dat halverwege de jaren negentig al gemeld, later ook tegen coumafos en amitraz. Daarom kijken telers steeds meer naar eigenschappen in de bij zelf.

← veeg om de hele figuur te zien →

VSH in beeld: werksters ruiken een pop waarin een mijt zich voortplant, maken de cel open en ruimen de pop op. De voortplanting van de mijt is daarmee afgebroken.

VSH (Varroa Sensitive Hygiene). Werksters met deze eigenschap ruiken het verschil tussen een gewone pop en een pop waarin een mijt zich voortplant. Zo’n cel maken ze open en ze ruimen de pop op. Onderzoek waar Wageningen naar verwijst laat zien dat ze vooral reageren op poppen die met de agressieve vorm van het vleugeldeformatievirus zijn besmet. In Nederland werkt onder meer Arista Bee Research aan het fokken op hoge VSH.

Hygiënisch gedrag en onderdrukte voortplanting. Hygiënische volken houden de mijtenlast gemiddeld lager, vooral bij een matige besmetting. Bij zogenoemde SMR-bijen planten minder mijten zich succesvol voort.

Hoe dat precies werkt, dag voor dag in de cel, en hoe je je eigen volken test met de speldentest, de Harbo-test en de alcoholwas, lees je in VSH en hygiënisch gedrag.

Natuurlijke selectie. Op het Zweedse eiland Gotland bleef van 150 onbehandelde volken na een paar zware jaren een kleine populatie over die het zonder behandeling redt. Ook in Nederland worden sinds 2007 en 2008 op twee locaties volken zonder behandeling geselecteerd. Daar zijn populaties uit gekomen die minder gevoelig zijn voor varroa.

Dit is waar fokken met beleid en gecontroleerde bevruchting zoals KI het verschil maken. Een eigenschap als VSH zet je alleen vast als je zeker weet wie de vader- én de moederkant is. Met standbevruchting gaat de helft van de genen op de gok. Wij zien goede koninginnen daarom als een onderdeel van je varroa-aanpak, niet als vervanging ervan: ook een sterk varroatolerant volk blijf je meten.

09

Samengevat

  1. Varroa destructor kwam via de Aziatische bij bij onze honingbij terecht en zit sinds 1983 in Nederland. Ze gaat niet meer weg.

  2. De mijt plant zich voort in verzegeld broed, en het liefst in darrenbroed: daar komen twee keer zoveel dochters volwassen uit als in werksterbroed.

  3. Onbehandeld groeit de mijtenpopulatie in een jaar ongeveer twaalfvoudig. Het gevaarlijkste moment is de nazomer, als de winterbijen worden grootgebracht.

  4. De echte schade komt van de virussen die de mijt overbrengt, vooral het vleugeldeformatievirus.

  5. Meet minstens vier keer per jaar. Boven 3 mijten per 100 bijen moet je opletten, boven 5 handelen.

  6. Werk het jaar rond: darrenraat in het voorjaar, een grondige behandeling vóór 1 september en oxaalzuur in de broedloze winter.

  7. Gebruik alleen in Nederland toegelaten middelen, volgens de bijsluiter, en nooit tijdens de honingdracht.

  8. Op lange termijn helpt fokken op varroatolerantie, en dat kan alleen goed met gecontroleerde bevruchting.

Vragen over varroa, of over koninginnen uit een teelt die op deze eigenschappen let? Neem gerust contact met ons op. 🐝

Begrippen

De vaktermen uit dit artikel op een rij. In de tekst kun je op een woord met een stippellijntje tikken voor de korte uitleg.

Bodemlade
Lade onder de gaasbodem waarop dode mijten en ander afval vallen, zodat je ze kunt tellen.
Bouwraam
Leeg raam zonder kunstraat. De bijen bouwen er vaak darrenraat in.
Broedloos
Een volk zonder broed. Alle mijten zitten dan op de bijen en zijn goed te bestrijden.
Broedstop
Je sluit de koningin een tijd op zodat ze niet kan leggen. Na 24 dagen is al het broed uitgelopen en is het volk broedloos.
Darrenbroed
Broed waaruit darren komen. De cellen zijn groter en blijven langer dicht, daarom kiest de mijt ze graag.
Darrenraat
Raat met de grotere darrencellen. Als je het gesloten darrenbroed eruit snijdt, haal je veel mijten weg.
Dracht
Periode waarin de bijen veel nectar kunnen halen, bijvoorbeeld als koolzaad, linde of heide bloeit.
Gaasbodem
Bodem van gaas onder de kast. Mijten die vallen, kunnen niet meer terug naar de bijen.
Hemolymfe
Het "bloed" van een insect.
Hygiënisch gedrag
Werksters die ziek of aangetast broed opsporen, openmaken en opruimen.
KI
Kunstmatige of instrumentele inseminatie: de koningin wordt met zaad van uitgekozen darren bevrucht. Beide kanten van de stamboom zijn dan bekend.
Kunstzwerm
Volkje van afgeveegde bijen, zonder raten of broed, dat je in een nieuwe kast laat beginnen. Het is broedloos, dus een goed moment om te behandelen.
Mierenzuur
Organisch zuur tegen varroa. Het werkt als enige middel ook in gesloten broed, maar sterk afhankelijk van de temperatuur.
Moedermijt
Vrouwtjesmijt die in een broedcel eitjes legt.
Oxaalzuur
Organisch zuur tegen varroa. Het werkt vooral goed als het volk broedloos is.
Paarse-ogenstadium
Moment in de ontwikkeling van een pop waarop de ogen paars kleuren. Een handig moment om darrenpoppen op mijten te controleren.
Pyrethroïden
Synthetische bestrijdingsmiddelen zoals tau-fluvalinaat en flumethrine. Veel mijten zijn er inmiddels resistent tegen.
Resistent
Ongevoelig geworden voor een middel. Mijten die een behandeling overleven, geven die ongevoeligheid door.
SMR
Suppressed Mite Reproduction: bijen bij wie minder mijten zich succesvol voortplanten.
Standbevruchting
De koningin paart vrij op je eigen bijenstand, met onbekende darren uit de omgeving.
Thymol
Etherische olie uit tijm, gebruikt tegen varroa. Werkt slecht bij kou en niet in gesloten broed.
Verzegeld broed
Gesloten broed: de werksters hebben de cel met een wasdekseltje afgesloten. Daaronder plant de mijt zich voort.
Vetlichaam
Orgaan van de bij dat onder meer de afweer, het ontgiften en de voedselreserves regelt. De varroamijt leeft er vooral van.
Vleugeldeformatievirus
Virus (DWV) dat door de varroamijt wordt overgebracht. Bijen komen uit met verschrompelde vleugels.
VSH
Varroa Sensitive Hygiene: werksters ruiken poppen waarin een mijt zich voortplant, maken de cel open en ruimen de pop op.
Winterbijen
Bijen die in de nazomer en herfst geboren worden en de hele winter moeten leven. Ze hebben extra reserves nodig.

Bronnen

  1. Rosenkranz, P., Aumeier, P. & Ziegelmann, B. (2010). Biology and control of Varroa destructor. Journal of Invertebrate Pathology 103. pdf
  2. Navajas, M. e.a. (2010). New Asian types of Varroa destructor. Apidologie 41. apidologie.org
  3. Elshout, P. (2002). Twintig jaar varroamijt en de gevolgen voor de Nederlandse bijenhouderij. Maandblad voor Imkers. library.wur.nl
  4. LAVES Institut für Bienenkunde Celle (2014). Die Varroa-Milbe: vom Nobody zum weltweiten Imker-Schreck. laves.niedersachsen.de
  5. Wageningen University & Research. Honingbijen en de gevestigde invasieve soort Varroa destructor. wur.nl
  6. Huang, Z. (2012). Varroa mite reproductive biology. Michigan State University. bees.msu.edu
  7. Cornelissen, B., Blacquière, T. & Van der Steen, S. (2010). Effectieve bestrijding van varroa. bijen@wur. pdf
  8. Van der Steen, S. & Vejsnaes, F. (2018). Varroabestrijding op stand (2). Bijenhouden 2018-6. edepot.wur.nl
  9. Ramsey, S. e.a. (2019). Varroa destructor feeds primarily on honey bee fat body tissue and not hemolymph. PNAS. samenvatting University of Maryland
  10. National Bee Unit (VK). Fact sheet 13: Estimating Varroa mite populations. pdf
  11. Wageningen University & Research. VSH: Varroa Sensitive Hygiene. wur.nl
  12. Australian Government. Varroa mite outbreak. outbreak.gov.au
  13. CBG, Geneesmiddeleninformatiebank: voorbeeld van een toegelaten varroamiddel op basis van mierenzuur (REG NL 118709). geneesmiddeleninformatiebank.nl

Test je kennis

Twintig vragen over koninginnen, varroa, zwermen en teelt. Oefen zo vaak je wilt en speel één keer per maand mee voor een kortingscoupon.

Naar de Imkerquiz Lees ook: VSH en hygiënisch gedrag Lees ook: Werken met de Apidea Lees ook: Buckfast of Kaukasisch?

© 2026 Quality Queens · qualityqueens.nl. Tekst, tekeningen en interactieve onderdelen zijn eigendom van Quality Queens en mogen niet zonder toestemming worden overgenomen. Delen met een link is van harte welkom.

Zet me op de wachtlijst Zodra dit weer leverbaar is, krijg je van ons een mail. Laat hieronder je e-mailadres achter.