Teeltkalender: dag voor dag naar een nieuwe koningin

Quality Queens · koninginnenteelt

Teeltkalender. Dag voor dag naar een nieuwe koningin.

Koninginnen telen is werken met een klok die niet wacht. Kies je startdag en je ziet in één tijdlijn wat je wanneer doet, met per stap de dag waarop je het normaal doet en hoeveel speling je hebt. Deze kalender is voor standbevruchting.

01

Je teeltkalender

Weet je al één datum? Kies bij Ik reken vanaf welke dat is: de start (pleegvolk voeren), het overlarven of het uitlopen van de koningin. Vul de datum in, dan rekent de kalender alle andere stappen uit, ook terug in de tijd. Elke stap staat op een eigen regel. De stip is de dag waarop je die stap normaal doet. De balk eromheen laat zien hoeveel dagen eerder of later ook nog goed is. Tik op een stap voor de uitleg.

Ik reken vanaf
De dag waarop je begint.
…De kalender wordt berekend.

De kalender wordt geladen.

 

Dag 0 is de dag van overlarven, met larven van hooguit een dag oud. Bij koud weer of een zwak pleegvolk kan alles een dag later vallen. Vink stappen af als je ze gedaan hebt: dat onthoudt deze browser voor je. Printen geeft een A4 liggend met de tijdlijn en een tweede vel met alle uitleg.

Meer weten

Achtergrond bij de kalender. Klik een onderwerp open.

02

Wat zit er nu in de dop?

Schuif door de dagen en zie de koningin groeien.

Elke dag op je kalender ziet de dop er anders uit. Schuif door de dagen, of druk op afspelen. De schuif rekent met de data van jouw kalender hierboven.

← veeg om de hele figuur te zien →

Dag 0

Overlarven.

03

Waarom juist deze dagen?

Van eitje tot koningin in 16 dagen, en waar de speling zit.

Een koningin loopt 16 dagen nadat het eitje gelegd is uit haar dop. Drie dagen is het een eitje, daarna een larve. Een larve die je overlarft als ze nog geen dag oud is, zit dus op dag 4 vanaf het eitje. Vanaf dat moment tel je nog 12 dagen tot het uitlopen. Daarom staat het uitlopen op dag 12.

Waarom dan toch speling? Een larve van een halve dag oud loopt een halve dag later uit dan een larve van een hele dag. Een warm, sterk pleegvolk is iets sneller, een koud of zwak volk iets trager. Daarom staat bij elke stap een balk: de stip is de dag waarop je die stap normaal doet, de balk eromheen laat zien hoeveel dagen eerder of later ook nog goed is.

Rond dag 8 vanaf het eitje, op je kalender dag 4 à 5, verzegelen de bijen de dop. Daarna verpopt de larve en is de dop kwetsbaar: verplaatsen naar de broedstoof mag, maar rechtop en zonder schokken. Vanaf dag 9 is de dop rijp. Dag 10 is de laatste veilige dag om te verdelen: de koningin die als eerste uitloopt, steekt de andere doppen open.

← veeg om de hele figuur te zien →

Gemiddelden bij een broednesttemperatuur van ongeveer 35 °C.

Dag vanaf eiJe kalenderWat gebeurt er
0−4De teeltmoer legt het eitje
3−1Het eitje komt uit, de larve krijgt koninginnengelei
40Overlarven: larve van hooguit een dag oud
8–94–5Dop verzegeld, de larve spint zich in. Vanaf nu kan de dop naar de broedstoof
13–149–10Rijpe dop: uiterlijk nu verdelen of in een uitloopkooitje
15–1711–13De koningin loopt uit, meestal op dag 12
21–2817–24Bruidsvluchten
rond 28rond 24Eerste eitjes

Hoe jonger de larve bij het overlarven, hoe beter de koningin. Een larve van drie dagen wordt nog wel een koningin, maar heeft als jonge larve werkstervoer gehad. Ze wordt kleiner en legt minder.

04

Tips uit de praktijk

En in welke kleur je dit jaar merkt.

  1. Voer, voer, voer. Een pleegvolk bouwt alleen goede doppen bij een dracht of als je voert. Begin tien dagen vooraf met dun suikerwater en zorg voor stuifmeel.

  2. Breek alle redcellen. Het pleegvolk is al negen dagen moerloos en heeft zelf redcellen gebouwd. Zoek vlak voor het overlarven elk raam af. Eén gemiste redcel en je hele reeks kan verloren gaan.

  3. Werk snel, warm en vochtig. Overlarf in een warme ruimte, niet in de volle zon. Een larve die uitdroogt, wordt niet aangenomen.

  4. Gebruik een broedstoof. Zet de doppen zodra ze gesloten zijn, vanaf dag 5, in een broedstoof van 34,5 °C en 70% luchtvochtigheid, en uiterlijk op dag 10 in uitloopkooitjes. Dan weet je precies welke koningin wanneer uitloopt en kan geen enkele dop meer opengestoken worden.

  5. Plan reeksen. Wil je meer koninginnen, overlarf dan elke 7 tot 10 dagen opnieuw. Elke reeks krijgt zijn eigen kalender: kopieer de link en schuif een week op.

  6. Kijk naar het weer. Bruidsvluchten gebeuren bij ongeveer 20 °C of warmer, weinig wind en zon, meestal ’s middags.

Merken in de jaarkleur

1 en 6wit2 en 7geel3 en 8rood4 en 9groen5 en 0blauw

Het laatste cijfer van het jaar bepaalt de kleur.

05

Samengevat

De belangrijkste dagen op een rij.

  1. Een koningin loopt 16 dagen na het eitje uit. Overlarf je een larve van een dag oud, dan loopt ze meestal op dag 12 uit, soms een dag eerder of later.

  2. De doppen gaan op dag 4 of 5 dicht. Vanaf dan tot de dop rijp is: niet kantelen of stoten.

  3. Naar de broedstoof kan vanaf dag 5, zodra de doppen gesloten zijn. Zonder broedstoof hang je de rijpe doppen op dag 9 of 10 in de bevruchtingskastjes. Later is te laat.

  4. Rond dag 24 legt een goed bevruchte koningin haar eerste eitjes, rond dag 31 tot 35 kun je haar beoordelen.

06

Begrippen

De vaktermen uit deze kalender.

In de tekst kun je op een woord met een stippellijntje tikken voor de korte uitleg.

Bevruchtingskastje
Klein kastje, zoals een Apidea of Kieler, waarin een jonge koningin met een handvol bijen woont tot ze bevrucht is en legt.
Broedstoof
Verwarmde kast waarin gesloten doppen veilig kunnen uitlopen, ingesteld op 34,5 °C en 70% luchtvochtigheid. Ook wel incubator.
Bruidsvlucht
Vlucht waarbij een jonge koningin hoog in de lucht met darren paart. Meestal maakt ze er een paar, verspreid over enkele dagen.
Cellenlat
Lat in een raam waarop de doppen met de overgelarfde larven vastzitten.
Jaarkleur
Internationale kleur waarmee je een koningin merkt, zodat je haar leeftijd ziet. Er zijn vijf kleuren in een vaste volgorde.
Koninginnengelei
Rijk voedersap dat werksters aan een larve geven die koningin moet worden. Ook wel koninginnenbrij of royal jelly.
Overlarven
Een heel jonge werksterlarve met een naaldje uit haar cel halen en in een kunstmatige dop leggen. Het pleegvolk kweekt er dan een koningin van.
Pleegvolk
Sterk, moerloos volk met veel jonge bijen dat de overgelarfde larven verzorgt en tot koningin opkweekt.
Redcel
Moerdop die het volk zelf bouwt over een jonge werksterlarve als de koningin wegvalt. In een pleegvolk breek je ze allemaal weg.
Rijpe dop
Moerdop een tot twee dagen voor het uitlopen. De pop is dan stevig genoeg om de dop te verplaatsen.
Standbevruchting
De koningin paart vrij op je eigen bijenstand, met onbekende darren uit de omgeving.
Teeltmoer
Koningin waarvan je de larven gebruikt om nieuwe koninginnen te kweken.
Uitloopkooitje
Kooitje om een rijpe dop heen, zodat de jonge koningin veilig uitloopt en de andere doppen niet openbijt.
Verzegeld
Afgesloten met een wasdekseltje. Daaronder verpopt de larve.
07

Bronnen

Waar de dagen vandaan komen.

  1. Büchler, R., Andonov, S., Bernstein, R. et al. (2024). Standard methods for rearing and selection of Apis mellifera queens 2.0. Journal of Apicultural Research 64(2). COLOSS BEEBOOK.
  2. Büchler, R., Andonov, S., Bienefeld, K. et al. (2013). Standard methods for rearing and selection of Apis mellifera queens. Journal of Apicultural Research 52(1). COLOSS BEEBOOK.
  3. Winston, M.L. (1987). The Biology of the Honey Bee. Harvard University Press.
  4. Laidlaw, H.H. & Page, R.E. (1997). Queen Rearing and Bee Breeding. Wicwas Press.

De dagen in deze kalender zijn gemiddelden voor buckfast- en carnicabijen in Nederland, aangevuld met onze eigen teeltpraktijk.

© 2026 Quality Queens · qualityqueens.nl. Tekst, tekeningen en interactieve onderdelen zijn eigendom van Quality Queens en mogen niet zonder toestemming worden overgenomen. Delen met een link is van harte welkom.

Zet me op de wachtlijst Zodra dit weer leverbaar is, krijg je van ons een mail. Laat hieronder je e-mailadres achter.