Buckfast, Kaukasisch, Carnica of zwarte bij? Zo kies je de bij die bij jou past.
In Nederland kom je vooral vier bijen tegen: de Buckfast, de Kaukasische bij, de Carnica en de zwarte bij. Ze verschillen in herkomst, in hun ritme door het jaar en in hoe ze zich op de raat gedragen. Wij telen er twee, de Buckfast en de Kaukasische bij, en daar weten we dus het meest over. Maar we zetten de andere twee er eerlijk naast, zodat je weet waar je voor kiest.
Vier bijen, vier verhalen
De Buckfast is geen oorspronkelijk ras. Broeder Adam begon er in het begin van de twintigste eeuw mee in de abdij van Buckfast in Devon, Engeland. Een ziekte had daar bijna alle volken weggevaagd, en hij ging op zoek naar bijen die gezonder, rustiger en productiever waren. Hij reisde tienduizenden kilometers, bracht de beste eigenschappen van verschillende rassen samen en selecteerde daarna jaar na jaar streng op zachtaardigheid, zwermtraagheid, honingopbrengst en gezondheid.
Dat werk gaat nog steeds door. Telers in heel Europa houden de Buckfast in stand met vastgelegde stambomen, zodat je precies kunt nagaan waar een koningin vandaan komt. De Buckfast is daarmee eigenlijk een levend selectieprogramma: wat er nu op je stand staat, is het resultaat van ruim honderd jaar kiezen.
De Kaukasische bij (Apis mellifera caucasica) is juist wél een oorspronkelijk ras. Ze komt uit de valleien en hellingen van het Kaukasusgebergte, tussen de Zwarte en de Kaspische Zee. Daar zijn de winters streng, de zomers kort en de hoogteverschillen groot. Een bij die daar overleeft, moet zuinig zijn met haar voer, goed tegen kou kunnen en alles uit een korte bloeitijd halen. Die eigenschappen neemt ze mee naar onze stand.
De Carnica (Apis mellifera carnica) komt uit Slovenië en het zuiden van Oostenrijk, aan de rand van de Alpen. Ze is grijs van kleur, heel zachtaardig en komt in het voorjaar snel op gang. In Duitsland en Oostenrijk is ze de meest gehouden bij, en ook in Nederland heeft ze veel liefhebbers, met eigen telers en bevruchtingsstations.
De zwarte bij (Apis mellifera mellifera), ook wel donkere of inlandse bij, is de oorspronkelijke honingbij van Noordwest-Europa, ook van Nederland. Ze is donker, wat groter en robuust, en goed aangepast aan ons koele, natte klimaat. Door kruising met andere rassen komt ze raszuiver in Nederland bijna alleen nog op Texel voor, waar ze beschermd wordt.
Buckfast
Doorgeselecteerde lijn van Broeder Adam. Vroeg op gang, zwermtraag en weinig propolis.
Bij ons te krijgen
Kaukasisch
Oorspronkelijk ras uit de Kaukasus. Sterk in de zomer en op klaver, met de langste tong en veel propolis.
Bij ons te krijgen
Carnica
Oorspronkelijk ras uit Slovenië en Oostenrijk. Zachtaardig, snel in het voorjaar en weinig propolis.
Leveren wij niet
Zwarte bij
De oorspronkelijke bij van Noordwest-Europa. Zuinig en winterhard, sterk op late dracht zoals heide.
Leveren wij niet
Wat wij telen. Op onze teeltstand in de Achterhoek staan Buckfast- en Kaukasische volken, uit eigen lijnen en uit geselecteerde lijnen van andere telers. Zoek je een Carnica of een zwarte bij, kijk dan bij een teler of vereniging die zich daarin heeft gespecialiseerd.
Naast elkaar
Alle vier zijn het goede honingbijen. De verschillen zitten vooral in het ritme van het seizoen, de dracht waar ze het best op presteren en een paar gewoonten, zoals het gebruik van propolis.
Tik op een eigenschap. De balken laten zien hoe de vier zich tot elkaar verhouden, op een schaal van één tot vijf.
Kies een eigenschap
Dan zie je waarin de vier bijen van elkaar verschillen.
De scores zijn een inschatting uit onze eigen praktijk en uit de literatuur, geen meting. Bij Buckfast en Kaukasisch spreken we uit eigen ervaring. Binnen elk ras verschilt het ook per lijn en per volk.
| Buckfast | Kaukasisch | Carnica | Zwarte bij | |
|---|---|---|---|---|
| Herkomst | Engeland, doorgeselecteerd | Kaukasusgebergte | Slovenië en Oostenrijk | Noordwest-Europa |
| Voorjaar | snel op gang | later | snel op gang | langzaam |
| Sterkste dracht | voorjaar | zomer, klaver | voorjaar | laat, heide |
| Zwermen | weinig | iets makkelijker | wisselend, per lijn | gemiddeld |
| Propolis | weinig | heel veel | weinig | gemiddeld |
| Tong | ca. 6,5 mm | ca. 7,2 mm | ca. 6,5 mm | ca. 6 mm |
| Overwintering | goed | zeer zuinig | zuinig, klein volk | zeer zuinig |
| Bij Quality Queens | ja | ja | nee | nee |
Op de telefoon kun je de tabel opzij vegen.
De lange tong
De Kaukasische bij heeft de langste tong van alle honingbijen: rond de 7,2 millimeter. De Buckfast en de Carnica zitten rond de 6,5 millimeter, de zwarte bij rond de 6 millimeter. Dat lijkt een klein verschil, maar in een diepe bloem maakt elke tiende millimeter uit.
Vooral bij klaver merk je dat. De nectar van rode klaver zit onderin smalle, diepe buisjes. Een bij met een korte tong haalt die nauwelijks, een Kaukasische bij veel beter. En klaver komt steeds vaker voor: veel boeren zaaien het tegenwoordig mee met gras in de weilanden. Op die zomerdracht doen onze Kaukasische volken het opvallend goed.
Kies een bij en zie hoe ver haar tong in een klaverbloempje reikt.
Kaukasisch: rond 7,2 mm
De tong reikt diep in het buisje en haalt ook de nectar die onderin zit.
Het jaar rond
Het grootste verschil in de praktijk is het ritme. Een Buckfast-volk komt in het voorjaar snel op gang. Het is sterk op tijd voor de vroege dracht van wilg, fruit, paardenbloem, koolzaad, vogelkers en paardenkastanje, en levert daardoor een mooie voorjaarsoogst. De Carnica doet dat net zo.
Een Kaukasisch volk start wat later. De voorjaarshoning valt daardoor meestal wat lager uit. Maar in de zomer kan het erg veel halen, vooral op klaver en linde. En in een mager jaar, als de dracht tegenvalt, blijft het verrassend goed doorwerken. In het slechte jaar 2024 waren onze Kaukasische lijnen hier zelfs de best producerende.
De zwarte bij is de laatste van de vier. Ze bouwt langzaam op en is pas in de nazomer op haar sterkst, precies op tijd voor late dracht zoals de heide.
Kies de dracht die bij jou het belangrijkst is.
← veeg om de hele figuur te zien →
Vroege dracht
De Buckfast en de Carnica zijn eerder op sterkte en halen meer voorjaarshoning.
Propolis: last of lust?
Kaukasische bijen zijn kampioen kitten. Ze gebruiken veel propolis om naden te dichten, de vlieggaten te versmallen en alles in de kast vast te zetten. Dat is gezond voor het volk, want propolis remt bacteriën en schimmels. Maar het maakt het werk soms wat lastiger: ramen zitten vaster, en bij een Apidea of een moerkooitje moet je meer moeite doen.
De Buckfast is geselecteerd op weinig propolis. Bij ons merk je dat goed: de kasten blijven schoner en de ramen gaan makkelijk los. De Carnica kit ook weinig. De zwarte bij zit daartussenin.
Toch kan al dat kitten ook een voordeel zijn. Er is tegenwoordig veel vraag naar propolis, bijvoorbeeld om er tinctuur van te maken. Wie propolis wil oogsten, heeft met een Kaukasisch volk dus juist een streepje voor.
Handig met een Kaukasisch volk: beweeg de ramen bij elke controle even, zodat ze niet vastkitten. Houd een goede beitel bij de hand. En wil je propolis oogsten? Leg dan een propolisrooster onder het dekplankje. Bij een Kaukasisch volk zit dat in een paar weken vol.
En als ze kruisen?
Honingbijen paren in de lucht, met darren uit de wijde omtrek. Daardoor kruisen rassen makkelijk, en dat geldt voor alle vier. Het is ook precies de reden dat de zwarte bij in Nederland bijna overal is opgegaan in andere rassen.
Op onze teeltstand staan Buckfast- en Kaukasische volken bij elkaar. Een jonge Kaukasische koningin die daar standbevrucht wordt, paart dus grotendeels met Buckfast-darren. Haar werksters zijn dan een kruising van beide: ze krijgen een mix van eigenschappen, bijvoorbeeld de lange tong en de zomerkracht van de Kaukasische bij met de vlotte voorjaarsontwikkeling van de Buckfast.
Zo’n eerste kruising pakt vaak goed uit. Wil je zelf verder telen van die volken, dan wordt het minder voorspelbaar. In de volgende generatie mengen de eigenschappen zich opnieuw, en kun je ook volken krijgen die minder rustig zijn of meer kitten. Wie raszuiver wil telen, kiest daarom een P0-koningin: kunstmatig geïnsemineerd met darren van hetzelfde ras, of eilandbevrucht. Op een bevruchtingseiland vliegen alleen darren van gekozen volken, zodat je ook dan weet met wie de koningin heeft gepaard.
P0 (KI)
Raszuivere moer, kunstmatig geïnsemineerd met darren van geselecteerde volken. Bekende vader- en moederkant: de basis om zelf mee te telen.
Eilandbevrucht
Gepaard op een bevruchtingseiland, waar alleen darren van gekozen volken vliegen. Ook dan ligt de vaderkant vast, maar op een natuurlijke manier.
F1 standbevrucht
Dochter van een geselecteerde moer, bevrucht op onze teeltstand. Bij Kaukasisch vaak met Buckfast-darren: een kruising met een mix van eigenschappen.
Nateelt (F2)
Koninginnen die je zelf opkweekt uit zo’n kruising. De eigenschappen mengen zich opnieuw, dus de uitkomst is minder voorspelbaar.
Hoe dat precies werkt, lees je in P0, F1 en F2 uitgelegd en in Pedigrees lezen.
Keuzehulp
Vijf korte vragen. Daarna zie je welke koningin het best bij jou past. De keuzehulp kiest tussen de Buckfast en de Kaukasische bij, de twee die wij telen. Je antwoorden worden alleen op dit apparaat bewaard.
Beantwoord de vragen
Dan verschijnt hier je advies.
Samengevat
In Nederland kom je vooral vier bijen tegen: de Buckfast, de Kaukasische bij, de Carnica en de zwarte bij. Wij telen de Buckfast en de Kaukasische bij.
De Buckfast is een doorgeselecteerde lijn van Broeder Adam. Ze komt in het voorjaar snel op gang, zwermt weinig en kit weinig.
De Kaukasische bij start later, maar haalt in de zomer erg veel, vooral op klaver, en houdt goed stand in een mager jaar. Ze heeft de langste tong, rond 7,2 mm, en gebruikt veel propolis.
De Carnica is zachtaardig en net zo snel in het voorjaar als de Buckfast. De zwarte bij is de zuinige, oorspronkelijke bij van Noordwest-Europa, sterk op late dracht zoals heide.
Rassen kruisen makkelijk. Een standbevruchte Kaukasische F1 is bij ons vaak een kruising met Buckfast-darren. Wil je raszuiver telen, kies dan een P0 (KI).
Lees ook
Dit artikel hoort bij een reeks over koninginnen en teelt.
Begrippen
De vaktermen uit dit artikel op een rij. In de tekst kun je op een woord met een stippellijntje tikken voor de korte uitleg.
- Apidea
- Klein bevruchtingskastje van piepschuim met drie raampjes. Je vult het met een kop jonge bijen om een koningin te laten bevruchten.
- Carnica
- Oorspronkelijk ras uit Slovenië en het zuiden van Oostenrijk (Apis mellifera carnica). Grijs, zachtaardig en snel in het voorjaar.
- Darren
- Mannelijke bijen. Ze komen uit onbevruchte eitjes en paren tijdens de bruidsvlucht met een jonge koningin.
- Dracht
- Periode waarin de bijen veel nectar kunnen halen, bijvoorbeeld als fruit, koolzaad, klaver of linde bloeit.
- Eilandbevrucht
- Een koningin die op een eiland heeft gepaard waar alleen darren van gekozen darrenvolken vliegen. Zo ligt ook de vaderkant vast.
- F1
- Dochter van een gekozen koningin die zelf vrij heeft gepaard. De moederkant is bekend, de vaderkant niet.
- F2
- De volgende generatie: een koningin die je opkweekt uit een F1-volk. De eigenschappen mengen zich opnieuw.
- Kruising
- Nakomelingen van twee verschillende rassen of lijnen, bijvoorbeeld een Kaukasische koningin die met Buckfast-darren heeft gepaard.
- Kunstmatige inseminatie (KI)
- Een koningin wordt onder de microscoop bevrucht met zaad van gekozen darren. Zo ken je zowel de moeder- als de vaderkant.
- Moerkooitje
- Klein kooitje waarin je een koningin vervoert of invoert in een volk.
- Oorspronkelijk ras
- Een honingbij die van nature in een bepaald gebied is ontstaan, zoals de Kaukasische bij in het Kaukasusgebergte.
- P0
- Raszuivere moer met een bekende vader- en moederkant, meestal door kunstmatige inseminatie. De basis om zelf mee te telen.
- Propolis
- Kleverige hars die bijen van knoppen en bomen halen. Ze dichten er naden mee en het remt bacteriën en schimmels.
- Raatzit
- Hoe rustig de bijen op de raat blijven zitten als je een raam uit de kast haalt.
- Stamboom
- Overzicht van de afstamming van een koningin: van welke moer zij komt en met welke darren die gepaard heeft.
- Standbevruchting
- Een jonge koningin paart vrij met de darren die rond de eigen teeltstand vliegen.
- Teeltstand
- De plek waar een teler de volken en bevruchtingskastjes heeft staan.
- Varroamijt
- Parasitaire mijt die zich voortplant in het broed van de honingbij en virussen overdraagt.
- VSH
- Varroa Sensitive Hygiene: werksters ruimen broedcellen op waarin de varroamijt zich voortplant.
- Zwermtraag
- Een volk dat niet snel zwermt. Zwermen is het splitsen van een volk, waarbij de oude koningin met een deel van de bijen vertrekt.
- Zwarte bij
- De oorspronkelijke honingbij van Noordwest-Europa (Apis mellifera mellifera), ook wel donkere of inlandse bij. In Nederland raszuiver vooral nog op Texel.
Bronnen
- Brother Adam (1983). In Search of the Best Strains of Bees. Northern Bee Books.
- Brother Adam (1987). Breeding the Honeybee: A Contribution to the Science of Bee-Breeding. Northern Bee Books.
- Ruttner, F. (1988). Biogeography and Taxonomy of Honeybees. Springer.
- Laidlaw, H.H. en Page, R.E. (1997). Queen Rearing and Bee Breeding. Wicwas Press.
- Büchler, R. e.a. (2013). Standard methods for rearing and selection of Apis mellifera queens. Journal of Apicultural Research 52(1). COLOSS BEEBOOK.
- Wageningen University & Research: Hoe blijft de Nederlandse zwarte honingbij behouden?
- Eigen ervaring uit de teelt van Quality Queens, met Buckfast- en Kaukasische volken in de Achterhoek.
© 2026 Quality Queens · qualityqueens.nl. Tekst, tekeningen en interactieve onderdelen zijn eigendom van Quality Queens en mogen niet zonder toestemming worden overgenomen. Delen met een link is van harte welkom.
