KI-teeltkalender. Van overlarven tot geïnsemineerde koningin.
Bij KI komt het op de dag aan: de koningin moet de juiste leeftijd hebben en de darren moeten rijp zijn. Kies je startdag of je insemineerdag en je ziet in één tijdlijn wat je wanneer doet, en per stap hoeveel dagen eerder of later ook nog kan.
Je KI-teeltkalender
Weet je al één datum? Kies bij Ik reken vanaf welke dat is: de start (darrenramen inhangen), het overlarven, het uitlopen van de koningin of de KI. Vul de datum in, dan rekent de kalender alle andere stappen uit, ook terug in de tijd. Ligt je insemineerdag vast, kies dan Insemineren. Elke stap staat op een eigen regel. De stip is de dag waarop je die stap normaal doet. De balk eromheen laat zien hoeveel dagen eerder of later ook nog goed is. Tik op een stap voor de uitleg.
.
KI-teeltkalender · Quality Queens
qualityqueens.nl
De kalender wordt geladen.
Dag 0 is de dag van overlarven, met larven van hooguit een dag oud. Bij koud weer of een zwak pleegvolk kan alles een dag later vallen. Vink stappen af als je ze gedaan hebt: dat onthoudt deze browser voor je. Printen geeft een A4 liggend met de tijdlijn en een tweede vel met alle uitleg.
Meer weten
Achtergrond bij de kalender. Klik een onderwerp open.
02Wat zit er nu in de dop?
Schuif door de dagen en zie de koningin groeien.
Wat zit er nu in de dop?
Schuif door de dagen en zie de koningin groeien.
Elke dag op je kalender ziet de dop er anders uit. Schuif door de dagen, of druk op afspelen. De schuif rekent met de data van jouw kalender hierboven, en laat ook zien of de darren al klaar zijn.
← veeg om de hele figuur te zien →
Dag 0
Overlarven.
03Waarom juist deze dagen?
Van eitje tot koningin in 16 dagen, en waar de speling zit.
Waarom juist deze dagen?
Van eitje tot koningin in 16 dagen, en waar de speling zit.
Een koningin loopt 16 dagen nadat het eitje gelegd is uit haar dop. Drie dagen is het een eitje, daarna een larve. Een larve die je overlarft als ze nog geen dag oud is, zit dus op dag 4 vanaf het eitje. Vanaf dat moment tel je nog 12 dagen tot het uitlopen. Daarom staat het uitlopen op dag 12.
Waarom dan toch speling? Een larve van een halve dag oud loopt een halve dag later uit dan een larve van een hele dag. Een warm, sterk pleegvolk is iets sneller, een koud of zwak volk iets trager. Daarom staat bij elke stap een balk: de stip is de dag waarop je die stap normaal doet, de balk eromheen laat zien hoeveel dagen eerder of later ook nog goed is.
Rond dag 8 vanaf het eitje, op je kalender dag 4 à 5, verzegelen de bijen de dop. Daarna verpopt de larve en is de dop kwetsbaar: verplaatsen naar de broedstoof mag, maar rechtop en zonder schokken. Vanaf dag 9 is de dop rijp. Dag 10 is de laatste veilige dag om te verdelen: de koningin die als eerste uitloopt, steekt de andere doppen open.
← veeg om de hele figuur te zien →
Gemiddelden bij een broednesttemperatuur van ongeveer 35 °C.
| Dag vanaf ei | Je kalender | Wat gebeurt er |
|---|---|---|
| 0 | −4 | De teeltmoer legt het eitje |
| 3 | −1 | Het eitje komt uit, de larve krijgt koninginnengelei |
| 4 | 0 | Overlarven: larve van hooguit een dag oud |
| 8–9 | 4–5 | Dop verzegeld, de larve spint zich in. Vanaf nu kan de dop naar de broedstoof |
| 13–14 | 9–10 | Rijpe dop: uiterlijk nu verdelen of in een uitloopkooitje |
| 15–17 | 11–13 | De koningin loopt uit, meestal op dag 12 |
| 21–26 | 17–22 | Insemineren: koningin van 5 tot 10 dagen oud |
| rond 28 | rond 24 | Eerste eitjes |
Hoe jonger de larve bij het overlarven, hoe beter de koningin. Een larve van drie dagen wordt nog wel een koningin, maar heeft als jonge larve werkstervoer gehad. Ze wordt kleiner en legt minder.
04Darren voor KI
Wanneer je de darrenramen inhangt en waarom.
Darren voor KI
Wanneer je de darrenramen inhangt en waarom.
Bij KI kies je de vaders zelf: je neemt de darren uit gekozen darrenvolken. Een dar is 24 dagen onderweg van eitje tot uitlopen en daarna nog 12 tot 14 dagen tot hij geslachtsrijp is. Voor KI moet hij minstens 14 dagen oud zijn.
Hang je het darrenraam op dag −28 in, dan lopen de darren rond dag −1 uit. Op de gangbare insemineerdag, dag 19, zijn ze dan ongeveer 20 dagen oud: precies goed. Houd ze bij het darrenvolk, zodat ze niet wegvliegen of tussen andere volken belanden.
Veel imkers zetten een vliegkooi of vliegtent bovenop de kast. De darren zitten boven een darrenrooster en kunnen in de vliegkooi vliegen en zich ontlasten, maar niet weg. De werksters gebruiken gewoon het normale vlieggat. Zo blijven de darren gezond en heb je op de dag van de KI genoeg rijpe darren van de goede lijn.
Rijpe darren geven bij een lichte druk op het achterlijf romig, beige zaad. Is het waterig of wit, dan is de dar nog te jong.
Een koningin voor KI mag nooit zelf uitvliegen. Houd het moerrooster voor het vlieggat tot ze legt; anders kan ze alsnog met darren uit de omgeving paren.
05Tips uit de praktijk
En in welke kleur je dit jaar merkt.
Tips uit de praktijk
En in welke kleur je dit jaar merkt.
Voer, voer, voer. Een pleegvolk bouwt alleen goede doppen bij een dracht of als je voert. Begin tien dagen vooraf met dun suikerwater en zorg voor stuifmeel.
Breek alle redcellen. Het pleegvolk is al negen dagen moerloos en heeft zelf redcellen gebouwd. Zoek vlak voor het overlarven elk raam af.
Laat ze uitlopen in de broedstoof. Zet de doppen zodra ze gesloten zijn, vanaf dag 5, in een broedstoof van 34,5 °C en 70% luchtvochtigheid, en uiterlijk op dag 10 in uitloopkooitjes. Zo weet je van elke koningin de dag van uitlopen en dus haar leeftijd op de dag van de KI.
Merk vóór de KI. Merk elke koningin al voor de inseminatie, het liefst met een genummerd plaatje. Dan weet je precies welke koningin je insemineert.
Noteer alles per kastje. Nummer van de koningin, lijn, dag van uitlopen, dag van de KI, welke darren. Zonder aantekeningen weet je straks niet welke koningin waar vandaan komt.
Plan een vaste insemineerdag. Kies bij Ik reken vanaf de knop Insemineren en vul je KI-dag in. De kalender rekent terug wanneer je moet overlarven en de darrenramen moet inhangen.
Twee keer CO₂. De eerste keer een dag voor het insemineren, de tweede keer bij de inseminatie zelf. Zo begint de koningin sneller te leggen.
Merken in de jaarkleur
Het laatste cijfer van het jaar bepaalt de kleur.
06Samengevat
De belangrijkste dagen op een rij.
Samengevat
De belangrijkste dagen op een rij.
Een koningin loopt meestal op dag 12 na het overlarven uit, soms een dag eerder of later.
De doppen kunnen naar de broedstoof zodra ze gesloten zijn, vanaf dag 5. Uiterlijk dag 10 zit elke dop in een uitloopkooitje.
Insemineer als de koningin 5 tot 10 dagen oud is, gangbaar rond dag 19. De eerste CO₂-behandeling geef je een dag ervoor, de tweede bij de inseminatie.
Darren moeten minstens 14 dagen oud zijn. Hang de darrenramen in je darrenvolken 4 weken voor het overlarven in.
Rond dag 24 legt de koningin. Dan pas mag het moerrooster weg.
07Begrippen
De vaktermen uit deze kalender.
Begrippen
De vaktermen uit deze kalender.
In de tekst kun je op een woord met een stippellijntje tikken voor de korte uitleg.
- Bevruchtingskastje
- Klein kastje, zoals een Apidea of Kieler, waarin een jonge koningin met een handvol bijen woont tot ze bevrucht is en legt.
- Broedstoof
- Verwarmde kast waarin gesloten doppen veilig kunnen uitlopen, ingesteld op 34,5 °C en 70% luchtvochtigheid. Ook wel incubator.
- Bruidsvlucht
- Vlucht waarbij een jonge koningin hoog in de lucht met darren paart. Meestal maakt ze er een paar, verspreid over enkele dagen.
- Cellenlat
- Lat in een raam waarop de doppen met de overgelarfde larven vastzitten.
- CO₂-narcose
- Korte verdoving met koolzuurgas. Bij KI zet die de koningin aan het leggen; meestal krijgt ze twee behandelingen.
- Darrenraam
- Raam met darrenraat of een leeg bouwraam, waarin de koningin onbevruchte eitjes legt. Daar komen darren uit.
- Darrenvolk
- Volk dat gekozen is om de darren voor de paring of de inseminatie te leveren.
- Geslachtsrijp
- Klaar om te paren. Een dar is dat pas 12 tot 14 dagen na het uitlopen.
- Instrumentele inseminatie
- Ook wel KI: de koningin wordt onder de microscoop met zaad van uitgekozen darren bevrucht. Beide kanten van de stamboom zijn dan bekend.
- Jaarkleur
- Internationale kleur waarmee je een koningin merkt, zodat je haar leeftijd ziet. Er zijn vijf kleuren in een vaste volgorde.
- Koninginnengelei
- Rijk voedersap dat werksters aan een larve geven die koningin moet worden. Ook wel koninginnenbrij of royal jelly.
- Moerrooster
- Rooster met openingen waar werksters wel doorheen kunnen, maar een koningin en darren niet.
- Overlarven
- Een heel jonge werksterlarve met een naaldje uit haar cel halen en in een kunstmatige dop leggen. Het pleegvolk kweekt er dan een koningin van.
- Pleegvolk
- Sterk, moerloos volk met veel jonge bijen dat de overgelarfde larven verzorgt en tot koningin opkweekt.
- Redcel
- Moerdop die het volk zelf bouwt over een jonge werksterlarve als de koningin wegvalt. In een pleegvolk breek je ze allemaal weg.
- Rijpe dop
- Moerdop een tot twee dagen voor het uitlopen. De pop is dan stevig genoeg om de dop te verplaatsen.
- Standbevruchting
- De koningin paart vrij op je eigen bijenstand, met onbekende darren uit de omgeving.
- Teeltmoer
- Koningin waarvan je de larven gebruikt om nieuwe koninginnen te kweken.
- Uitloopkooitje
- Kooitje om een rijpe dop heen, zodat de jonge koningin veilig uitloopt en de andere doppen niet openbijt.
- Verzegeld
- Afgesloten met een wasdekseltje. Daaronder verpopt de larve.
- Vliegkooi
- Kooi of tent van gaas bovenop de bijenkast. De darren zitten boven een darrenrooster en kunnen erin vliegen en zich ontlasten; de werksters gebruiken het normale vlieggat.
08Bronnen
Waar de dagen vandaan komen.
Bronnen
Waar de dagen vandaan komen.
- Büchler, R., Andonov, S., Bernstein, R. et al. (2024). Standard methods for rearing and selection of Apis mellifera queens 2.0. Journal of Apicultural Research 64(2). COLOSS BEEBOOK.
- Büchler, R., Andonov, S., Bienefeld, K. et al. (2013). Standard methods for rearing and selection of Apis mellifera queens. Journal of Apicultural Research 52(1). COLOSS BEEBOOK.
- Cobey, S.W., Tarpy, D.R. & Woyke, J. (2013). Standard methods for instrumental insemination of Apis mellifera queens. Journal of Apicultural Research 52(4).
- Winston, M.L. (1987). The Biology of the Honey Bee. Harvard University Press.
- Laidlaw, H.H. & Page, R.E. (1997). Queen Rearing and Bee Breeding. Wicwas Press.
De dagen in deze kalender zijn gemiddelden voor buckfast- en carnicabijen in Nederland, aangevuld met onze eigen teeltpraktijk.
Lees ook
Deze kalender hoort bij een reeks over koninginnen en koninginnenteelt.
© 2026 Quality Queens · qualityqueens.nl. Tekst, tekeningen en interactieve onderdelen zijn eigendom van Quality Queens en mogen niet zonder toestemming worden overgenomen. Delen met een link is van harte welkom.
