Koninginnen telen zonder overlarven. Laat de bijen het fijne werk doen.
Overlarven vraagt goede ogen, een vaste hand en wat oefening. Wie dat niet heeft, of het gewoon anders wil, kan toch prima koninginnen telen. Je laat de teeltmoer in verse raat leggen en de bijen bouwen zelf de doppen op de jonge larven. Hier lees je zes methodes, wat het onderzoek zegt over kwaliteit, en hoe je het plant. Met een methodekiezer, tekeningen per methode en een teeltplanner.
Waarom zonder overlarven?
Bij overlarven haal je een larve van een dag oud met een naaldje uit haar cel en leg je haar in een kunststof dopje. Dat werkt goed, maar veel imkers haken af: de larven zijn piepklein, je moet ze goed zien en ze mogen niet uitdrogen. Gelukkig hebben bijen een eigenschap waar je handig gebruik van kunt maken.
Bijen bouwen het liefst een moerdop op een cel die naar beneden wijst. Op een gewone, rechtop hangende raat met horizontale cellen zetten ze maar een paar redcellen. Maak je de onderrand van de raat vrij, of keer je de cellen om, dan bouwen ze daar volop doppen. Alle methodes in dit artikel maken gebruik van die eigenschap.
Geen speciaal materiaal
Een mes, een raam met verse raat en een sterk pleegvolk. Geen larfnaald, cellenlat of loep nodig.
De larve blijft liggen
De larve hoeft niet te verhuizen. Ze ligt de hele tijd in haar eigen voer, en de bijen voeren haar meteen bij als koningin.
Goed te plannen
Je weet precies wanneer de eitjes gelegd zijn. Daarmee reken je alle dagen uit, net als bij overlarven.
Is overlarven slecht voor de kwaliteit?
Je hoort weleens dat overlarven slechte koninginnen geeft: de larve ligt even droog in een leeg dopje en krijgt pas later gelei. Er zit een kern van waarheid in, maar drie onderzoeken laten een genuanceerder beeld zien.
De leeftijd telt het meest
In een Iraans onderzoek (Mahbobi en collega’s, 2012) werden koninginnen uit overgelarfde larven van één dag oud het zwaarst, gemiddeld 159 mg, met de grootste spermatheca, het orgaan waarin ze het zaad van de darren bewaart. Larven van twee of drie dagen gaven kleinere koninginnen. Koninginnen uit redcellen zaten ertussenin: minder goed dan uit larven van één dag, beter dan uit larven van drie dagen.
Het pleegvolk telt ook mee
In een Israëlisch onderzoek met groepjes voedsterbijen (Kama en Shpigler, 2025) werd zonder stuifmeel geen enkele larve aangenomen, met veel stuifmeel 72 procent. Groepjes van 50 of 100 bijen voedden slecht, vanaf zo’n 200 ging het goed. Ook daar gold: larven tot 12 uur oud werden in 90 procent van de gevallen aangenomen, larven van twee dagen in 24 procent.
Overlarven kan prima
Een Chinees onderzoek (Yin en collega’s, 2018) liet zien dat bij larven die op twee of drie dagen in een moerdop komen, genen voor ontwikkeling, voortplanting en levensduur minder actief worden. Het verschil zit dus in de leeftijd, niet in het naaldje. Werk je snel met larven van hooguit een dag, dan geeft overlarven goede koninginnen.
Een vereenvoudiging om te laten zien wat het zwaarst weegt, geen meting. Gebaseerd op de drie onderzoeken hierboven.
Welke methode past bij jou?
Vier vragen, en je weet welke methode het best bij je stand en je ervaring past.
Zes methodes, stap voor stap
Bij vijf methodes laat je de teeltmoer eerst leggen in een raam met verse, nog niet bebroede raat. Na vier dagen liggen er larven van een dag oud. Dan maak je het raam klaar en hang je het in een pleegvolk. Kies een methode.
Teeltplanner
Kies de dag waarop de teeltmoer de eitjes legt en de methode. De planner zet alle stappen op een rij, tot de eerste eitjes van de jonge koningin.
Dag 0 is de dag waarop de teeltmoer de eitjes legt. Gemiddelden bij een broednesttemperatuur van ongeveer 35 °C. Bij koud weer of een zwak pleegvolk kan alles een dag later vallen. Liever per dag plannen vanaf het overlarven? Gebruik de Teeltkalender.
Het pleegvolk maakt het verschil
Welke methode je ook kiest, de bijen moeten de doppen bouwen en de larven royaal voeren. Dat doen ze het best in een volk met heel veel jonge bijen: zonder koningin, of als finisher met de koningin onder een moerrooster. Drie eenvoudige manieren:
Broedloze starter
Schud de jonge bijen van een paar broedramen in een kast met twee ramen honing en stuifmeel, zonder broed en zonder koningin. Na een paar uur hang je het teeltraam ertussen. Eenvoudig voor een kleine reeks.
Verzamelbroedaflegger
Verzamel ramen met gesloten broed uit verschillende volken in één kast. Na een paar dagen lopen er heel veel jonge bijen uit. Breek alle redcellen weg voordat het teeltraam erin gaat.
Volk negen dagen moerloos
Haal de koningin uit een sterk volk. Na negen dagen zijn er geen jonge larven meer. Breek dan alle redcellen weg en hang het teeltraam erin.
Voer, voer, voer. Een pleegvolk bouwt alleen goede doppen bij dracht, of als je dun suikerwater geeft. Zorg ook voor stuifmeel. Begin een paar dagen voor het teeltraam erin gaat, en blijf voeren tot de doppen gesloten zijn.
Breek alle eigen redcellen weg. Een pleegvolk dat zelf jonge larven heeft, bouwt liever doppen op zijn eigen broed dan op jouw teeltraam. Eén gemiste redcel en de eerste koningin die uitloopt, steekt al jouw doppen open.
Hoe je een starter, een finisher of een starter-finisher opzet, stap voor stap en met een filmpje, lees je in Starter, finisher en pleegvolk.
De doppen gebruiken
Bij deze methodes zitten de doppen vast aan de raat. Je snijdt ze los met een stukje raat eromheen. Dat kan pas als ze rijp zijn: een dag of twee voor het uitlopen, als de punt bruin en dun wordt. Daarvoor zijn ze kwetsbaar.
Ruim uitsnijden
Snijd met een warm, scherp mes een blokje raat van een centimeter rond de dop los. Raak de dop zelf niet aan en houd hem rechtop.
Verdelen
Hang elke dop in een aflegger of bevruchtingskastje. Druk hem voorzichtig in de raat, met de punt naar beneden, tussen twee ramen met broed.
Of in een uitloopkooitje
Wil je weten welke koningin waar uitloopt, zet de doppen dan in uitloopkooitjes in een tray. Zo kan geen enkele koningin een andere dop openbijten.
Uitloopkooitjes netjes bij elkaar
Met een Nicot-tray houd je de uitloopkooitjes rechtop in een raam of broedstoof. Zo heb je overzicht en lopen de koninginnen veilig uit.
Zes veelgemaakte fouten
Tik op een kaart voor de oplossing.
Veelgestelde vragen
Zijn koninginnen zonder overlarven beter?
Niet vanzelf. De leeftijd van de larve en de kracht van het pleegvolk bepalen de kwaliteit het meest. Larven van hooguit een dag oud in een sterk, goed gevoerd pleegvolk geven goede koninginnen, met of zonder overlarven. Zonder overlarven blijft de larve wel in haar eigen voer liggen, en dat is een voordeel.
Op welke dag maak je het teeltraam klaar?
Op dag 4 vanaf het moment dat de teeltmoer het eitje legde. Het eitje komt na drie dagen uit, en een dag later is de larve precies goed: zo jong mogelijk, maar groot genoeg om te zien.
Waarom moet de raat vers zijn?
In verse, nog niet bebroede raat zie je de eitjes en larven goed, en de raat is zacht genoeg om netjes te snijden. Oude, donkere raat is taai en de bijen bouwen er minder graag doppen op.
Hoeveel doppen kan een pleegvolk aan?
Dat hangt af van het aantal jonge bijen en het voer. Hoe meer doppen, hoe minder voer per larve. Voor de beste kwaliteit houd je het bij een gewoon pleegvolk op zo’n twintig à dertig doppen.
Kan ik koninginnen telen zonder aparte teeltmoer?
Ja, met inkepen. Je gebruikt dan de larven van het volk zelf. Wil je van een gekozen koningin telen, hang dan een raam met haar jonge larven in het moerloze volk en kerf daar in.
Wat is het verschil tussen de boogsnede en de methode Miller?
Bij de boogsnede gebruik je een raat die al uitgebouwd is en snijd je er een boog in. Bij Miller laat je de bijen stroken met een punt uitbouwen, zodat de koningin in heel verse raat legt. Miller kost meer tijd, de boogsnede kost een raat.
Wanneer in het seizoen kun je zo telen?
In Nederland meestal van eind april of mei tot half juli. Dan zijn er rijpe darren, is er dracht en zijn de volken sterk.
Kan ik de doppen in een Apidea zetten?
Ja. Snijd de rijpe dop ruim uit en druk hem voorzichtig tussen de raampjes van een gevulde Apidea, met de punt naar beneden. Hoe je een Apidea vult, lees je in Werken met de Apidea.
Samengevat
Bijen bouwen moerdoppen het liefst op cellen die naar beneden wijzen. Daar maken alle methodes gebruik van.
Laat de teeltmoer leggen in verse raat. Op dag 4 liggen er larven van een dag oud: dan maak je het raam klaar.
Laat één op de drie larven staan, zodat de doppen niet tegen elkaar groeien.
De leeftijd van de larve en de kracht van het pleegvolk bepalen de kwaliteit het meest, met of zonder overlarven.
Een goed pleegvolk is moerloos, zonder eigen jonge larven, met veel jonge bijen, voer en stuifmeel.
Rond dag 14 zijn de doppen rijp. Snijd ze ruim uit en verdeel ze, uiterlijk een dag voor het uitlopen.
Een goede teeltmoer
Je koninginnen worden zo goed als de moer waarvan je teelt. Bij Quality Queens telen we Buckfast- en Kaukasische koninginnen met een bekende afstamming, geselecteerd op zachtaardigheid, rust op de raat en weinig zwermneiging.
Lees ook
Meer imkerkennis uit onze eigen praktijk.
Begrippen
In de tekst kun je op een woord met een stippellijntje tikken voor de korte uitleg.
- Boogsnede
- Teeltmethode: je snijdt een boog door raat met jonge larven, en de bijen bouwen doppen langs de snede.
- Cellenlat
- Lat in een raam waarop de dopjes met larven vastzitten.
- Finisher
- Volk waarin aangenomen doppen verder worden verzorgd tot ze gesloten zijn. Vaak een volk met koningin onder een moerrooster. Ook wel afmaker genoemd.
- Hopeloos moerloos
- Een volk zonder koningin en zonder jonge larven, dat zelf geen nieuwe koningin meer kan maken.
- Inkepen
- De onderkant van cellen met jonge larven wegdrukken, zodat de bijen daar doppen bouwen. Methode van Mel Disselkoen.
- Koninginnengelei
- Rijk voedersap dat werksters aan een larve geven die koningin moet worden.
- Nicot-systeem
- Kunststof teeltkastje waarin de teeltmoer in losse dopjes legt. Je zet de dopjes met larven op een cellenlat en raakt de larven zelf niet aan. Jenter werkt op dezelfde manier.
- Overlarven
- Een heel jonge werksterlarve met een naaldje uit haar cel halen en in een kunstmatige dop leggen.
- Pleegvolk
- Sterk volk zonder koningin en zonder eigen jonge larven, met veel jonge bijen, dat de doppen bouwt en de larven voert.
- Redcel
- Moerdop die een volk zonder koningin bouwt over een eigen jonge werksterlarve. Ook wel noodcel genoemd.
- Rijpe dop
- Moerdop een tot twee dagen voor het uitlopen. De punt wordt bruin en dun, en de dop kan veilig verplaatst worden.
- Starter
- Volk zonder koningin waarin de bijen de doppen aanzetten. Vaak een kast met geschudde jonge bijen, voer en stuifmeel.
- Teeltmoer
- Koningin van wie je de larven gebruikt om nieuwe koninginnen te telen.
- Uitloopkooitje
- Kooitje om een rijpe dop, zodat de jonge koningin veilig uitloopt en geen andere dop openbijt.
- Verzamelbroedaflegger
- Kast met ramen gesloten broed uit verschillende volken. Er lopen veel jonge bijen uit: een goed pleegvolk.
Bronnen
- Imkerpedia: Boogsnedemethode, met de methode van Henry Alley (1883).
- Dave Cushman’s Beekeeping and Bee Breeding website: Queen Rearing, onder meer Miller Method en Alley Method.
- Büchler, R. et al. (2013). Standard methods for rearing and selection of Apis mellifera queens. Journal of Apicultural Research 52(1). COLOSS BEEBOOK.
- Mahbobi, A., Farshineh-Adl, M., Woyke, J. en Abbasi, S. (2012). Effects of the age of grafted larvae and the effects of supplemental feeding on some morphological characteristics of Iranian queen honey bees (Apis mellifera meda). Journal of Apicultural Science 56(1): 93–98. Samenvatting.
- Kama, O. en Shpigler, H.Y. (2025). Social and nutritional factors controlling the growth of honey bee (Apis mellifera) queens. PLoS One 20(2): e0310608. Volledige tekst.
- Yin, L. et al. (2018). Uncovering the changing gene expression profile of honeybee (Apis mellifera) worker larvae transplanted to queen cells. Frontiers in Genetics. Volledige tekst.
Aangevuld met onze eigen ervaring als teler. Vragen? Neem contact op via qualityqueens.nl.
© 2026 Quality Queens · qualityqueens.nl. Tekst, tekeningen en interactieve onderdelen zijn eigendom van Quality Queens en mogen niet zonder toestemming worden overgenomen. Delen met een link is van harte welkom.
